De regering moet tijdens de onderhandelingen over de Verordening betreffende digitale netwerken een toets uitvoeren op de gevolgen voor het mkb (kleine bedrijven) en de concurrentie. Europese regels mogen kleine, nationale telecombedrijven namelijk niet benadelen ten opzichte van grote, internationale bedrijven.
Motie van het lid Van den Berg over de gevolgen van de Verordening betreffende digitale netwerken voor kleinere telecomaanbieders expliciet toetsen
De kamer,
constaterende dat het kabinet heeft aangegeven dat de gevolgen van de
Verordening betreffende digitale netwerken voor kleinere en nationaal
opererende telecomaanbieders onvoldoende zijn onderbouwd;
overwegende dat het van belang is dat Europese regelgeving geen
onevenredige lasten of concurrentienadelen oplevert voor kleinere
aanbieders ten opzichte van grote grensoverschrijdende marktpartijen;
verzoekt de regering om in de onderhandelingen over de Verordening
betreffende digitale netwerken te bewerkstelligen dat de gevolgen voor
kleinere telecomaanbieders expliciet worden getoetst via een mkb- en
concurrentie-impacttoets.
Argumenten voor: De partij wil een gelijk speelveld voor ondernemers [1] en zet zich in om de regeldruk voor het mkb te verminderen [3]. Daarnaast streeft de partij naar betere, duidelijkere en doelgerichtere regelgeving [5] en hanteert zij bij nieuwe of veranderende regelgeving een standaardtoets om een gelijk speelveld te waarborgen [4].
Argumenten tegen: De partij geeft aan dat zij in principe geen Nederlandse kop op Europese regels zet [2].
Bronnen:
"Wij pleiten voor de oprichting van een Taskforce Oneerlijke Concurrentie om te zorgen voor een gelijk speelveld voor ondernemers."
"We zijn ambitieus in Europa, qua klimaat, qua arbeidsomstandigheden, qua integratie van de Europese markt en snelheid van besluitvorming. Maar dan zetten we in principe geen Nederlandse kop op Europese regels. Wij steunen de initiatieven van de Europese Commissie om rapportages te versimpelen."
"We zetten de aanpak door om regeldruk voor het mkb te verminderen en breiden die uit naar de zorg, het onderwijs en de sociale zekerheid, in samenwerking metbrancheorganisaties, verzekeraars en medeoverheden. Dat vraagt ook om een overheid die terughoudend is met nieuw beleid. Subsidies en de regelgeving die daarmee samenhangt moeten in balans zijn met het beoogde doel en de omvang van de middelen van een regeling."
"Bij nieuwe of veranderende regelgeving doen we standaard een buurlandentoets voor een gelijk speelveld."
"We vragen de sectoren om een concreet plan om regelgeving te versimpelen. Onze doelstelling is: minder regels (scherpe reductie van zeker 20 procent ), betere regelgeving (duidelijker, eenduidiger en doelgerichter) en efficiƫntere verantwoording en rapportages."