Geen vergunning voor lozen van TFA door Chemours

De regering moet voorkomen dat Chemours een vergunning krijgt voor het lozen van TFA (een schadelijke PFAS-stof). Deze stof is slecht voor de vruchtbaarheid en voor ongeboren kinderen. Bovendien is de hoeveelheid PFAS in de rivier de Merwede nu al veel te hoog volgens de regels van de Kaderrichtlijn Water.

Motie van de leden Zalinyan en Kostić over alles in het werk stellen om te voorkomen dat er een nieuwe vergunning wordt afgegeven voor het lozen van TFA door Chemours

De kamer, overwegende dat het Europees milieuagentschap ECHA de korteketen-pfas TFA recentelijk heeft bestempeld als schadelijk voor de vruchtbaarheid en het ongeboren kind; overwegende dat in de Kaderrichtlijn Water TFA sinds kort is ondergebracht bij de groepsnorm voor pfas in het oppervlaktewater en de pfas-concentratie in de Merwede ver boven de KRW-norm ligt; overwegende dat de omgevingsdienst DCMR toch van plan is om een nieuwe vergunning af te geven aan Chemours; verzoekt de regering om alles in het werk te stellen om te voorkomen dat er een nieuwe vergunning wordt afgegeven voor het lozen van TFA door Chemours.
17 juni | PvdD | Verworpen: 41–108 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij beschouwt PFAS-vervuiling als een ongekend probleem met enorme gezondheidsrisico's en wil dit probleem bij de bron aanpakken [1]. Daarnaast moet de vervuiler, zoals Chemours, verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen van de vervuiling [2]. De partij stelt dat de normen uit de Europese kaderrichtlijn water (KRW) expliciet en bindend moeten worden opgenomen in de besluitvorming, wat directe gevolgen heeft voor de vergunningverlening [3]. Bovendien moet de overheid actiever optreden om schadelijke uitstoot te voorkomen [4].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "PFAS-vervuiling is een ongekend probleem. De gezondheidsrisico's zijn enorm, terwijl deze stoffen al overal in onze leefomgeving en zelfs in ons lichaam zitten. We pakken het probleem bij de bron aan en zorgen voor een Europees verbod op PFAS. Zodra er van een product een PFAS-vrij alternatief is, verbieden we het PFAS-houdende product."
  2. "Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
  3. "In 2027 moeten we voldoen aan de Europese kaderrichtlijn water (KRW). Op dit moment voldoet Nederland er nog niet aan. Dat heeft niet alleen consequenties voor de chemische en ecologische kwaliteit van het water en wat daarin leeft, maar ook voor de vergunningverlening. Er komt een snelle en geïntegreerde aanpak om de KRWdoelen te halen. Dit werkt door in het beleid voor mest, gewasbescherming en geneesmiddelen en de inrichting van de waterlopen. De KRW-doelen en bijbehorende normen worden expliciet en bindend opgenomen in wet- en regelgeving en in besluitvorming op alle relevante beleidsterreinen."
  4. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."