Geen bezuinigingen op arbeidsongeschiktheid

De regering moet niet bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (uitkeringen voor mensen die niet kunnen werken). Het verlagen van deze uitkeringen zorgt voor meer armoede.

Motie van het lid Edgar Mulder over niet bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen

De kamer, constaterende dat het kabinet-Jetten de uitkeringen nog verder wil verlagen, zelfs voor bestaande gevallen; overwegende dat dit zal leiden tot meer armoede; verzoekt de regering niet te bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.
18 juni | PVV | Verworpen: 67–82 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil dat regelingen voor arbeidsongeschikten een uitzondering vormen op het loslaten van de koppeling tussen uitkeringen en cao-lonen; deze regelingen moeten namelijk wel blijven meestijgen met de lonen, in tegenstelling tot andere uitkeringen die alleen met de inflatie meestijgen [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen specifieke argumenten om tegen het niet bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen te stemmen, al is er wel een algemene wens voor een extra bezuinigingsronde op het overheidsapparaat [2].

Bronnen:

  1. "De lonen stijgen altijd harder: In Nederland stijgen uitkeringen automatisch elk half jaar mee met de gemiddelde stijging van cao-lonen, terwijl veel werkenden dus een minder hoge loongroei hebben. Uitkeringsgerechtigden zijn er de afgelopen jaren daardoor méér op vooruit gegaan dan veel mensen met een baan, zoals bouwvakkers of agenten. De huidige koppeling tussen minimumloon en uitkeringen zorgt ervoor dat veel werkenden er nooit méér op vooruit mogen gaan dan uitkeringsgerechtigden. Wij laten deze koppeling los en herstellen het verschil tussen werk en uitkering. Voortaan stijgen de uitkeringen, behalve de AOW en regelingen voor arbeidsongeschikten, mee met de inflatie in plaats van met de lonen."
  2. "Besparingsdoelen en verspillingsaudits: Er komt een extra bezuinigingsronde op het overheidsapparaat met concrete besparingsdoelen per ministerie, zodat de norm van maximaal een vierde overhead gehaald wordt. Ministeries gaan regelmatig verspillingsaudits doen, dit kan ook op verzoek van de Tweede Kamer. Deze audits kijken of hetzelfde werk door minder mensen gedaan kan worden, of uitgaven wel echt nodig zijn en of projecten niet afgebouwd kunnen worden. De resultaten hiervan worden naar de Kamer gestuurd."