Werk voor gewortelde kinderen

Het kabinet moet in gesprek gaan met werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland. Dit gaat over hoe kinderen die in Nederland zijn opgegroeid en geschoold, kunnen werken in de zorg en techniek. Dit lost personeelstekorten op zonder mensen uit het buitenland te halen. Dit onderwerp moet ook worden meegenomen in het plan voor startbanen voor nieuwkomers.

Motie van het lid Ceder over met VNO-NCW en MKB-Nederland in gesprek gaan over hoe gewortelde kinderen die in Nederland geschoold worden, kunnen bijdragen op de arbeidsmarkt

De kamer, overwegende dat er een grote krapte is op de arbeidsmarkt in essentiƫle sectoren als de zorg en techniek; overwegende dat naar aanleiding van de motie-Van der Plas (29 861, nr. 102) en de motie-Ceder (19 637, nr. 3488) de regering onderzoekt hoe gewortelde kinderen die in Nederland geschoold zijn en worden, kunnen bijdragen op de arbeidsmarkt; overwegende dat dit een deel van de arbeidsvraag kan oplossen in plaats van het aantrekken van vakkrachten uit het buitenland; verzoekt het kabinet hierover met VNO-NCW en MKB-Nederland in gesprek te gaan en dit onderwerp tevens te betrekken bij de beleidsontwikkeling van de startbanen voor nieuwkomers.
18 juni | CU |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil afspraken maken met het onderwijsveld en werkgevers over het aantal studenten dat na hun studie in Nederland aan het werk blijft [2]. Daarnaast benadrukt de partij de nauwe koppeling tussen onderwijs en werk [5] en de verantwoordelijkheid van werkgevers voor de kwalificatie van jongeren [1]. Ook de partij richt zich op de positie van kinderen van arbeidsmigranten, waarbij onder andere toegang tot school en voorschoolse educatie een rol spelen [4]. De partij streeft er bovendien naar om met sectoren bindende afspraken te maken om de arbeidsmarkt aan te pakken [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die het betrekken van werkgeversorganisaties bij beleidsontwikkeling over de arbeidsmarkt of de inzet van nieuwkomers afwijzen.

Bronnen:

  1. "We geven het vakonderwijs de waardering die het verdient. Nederland heeft grote behoefte aan mbo'ers die als vakman of -vrouw aan het werk gaan. Jongeren moeten ten minste een startkwalificatie halen en niet voortijdig van school gaan voor een baan. Werkgevers zijn medeverantwoordelijk daarvoor."
  2. "We maken met het onderwijsveld en werkgevers afspraken over het aantal studenten dat in Nederland na hun studie blijft werken."
  3. "De vraag naar arbeidsmigranten die laagbetaald werk doen willen westerk verminderen. De overheid maakt bindende afspraken met sectoren om te werken aan arbeidsbesparende innovaties en verbetering van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Stok achter de deur is een sectoraal verbod op uitzendkrachten."
  4. "Er leven tienduizenden kinderen van arbeidsmigranten in Nederland, die zich in een kwetsbare positie bevinden en vaak van school wisselen. Toegang tot een vaste school wordt onderdeel van de bedrijfseffectrapportage. Voorschoolse educatie wordt, net als voor kinderen van statushouders, verplicht."
  5. "We willen een grotere rol voor mbo-/onderwijsinstellingen bij het inburgeringsonderwijs vanwege de koppeling tussen onderwijs en werk."