De regering moet een strikte voorwaarde stellen aan de financiering van de opvang van dakloze EU-migranten zonder recht op verblijf. Er moet altijd worden ingezet op terugkeer naar werk of naar het eigen land. Intensieve begeleiding, zoals hulp bij werk of afkicktrajecten, helpt mensen namelijk om weer aan het werk te gaan of terug te keren naar huis.
Motie van het lid Ceulemans over bij rijksfinanciering van opvang van niet-rechthebbende dakloze EU-migranten inzet op terugkeer als voorwaarde hanteren
De kamer,
constaterende dat het kabinet uit het oogpunt van tegengaan van overlast
en dakloosheid inzet op een verdubbeling van het aantal opvangplekken
voor niet-rechthebbende dakloze EU-migranten;
overwegende dat de praktijk in onder meer Rotterdam aantoont dat
opvang die wordt gekoppeld aan intensieve begeleiding, waaronder
actieve inzet op gedwongen terugkeer bij gebrek aan medewerking,
afkicktrajecten en het nauw betrekken van werkgevers op de opvanglocatie zelf, leidt tot een hoge mate van terugkeer naar werk of naar het land
van herkomst;
overwegende dat opvang van niet-rechthebbende EU-migranten altijd
gericht zou moeten zijn op terugkeer naar werk of naar het land van
herkomst;
verzoekt de regering een intensieve inzet op terugkeer naar werk of naar
het land van herkomst altijd als strikte voorwaarde te hanteren bij
rijksfinanciering van opvang van niet-rechthebbende dakloze
EU-migranten.
Argumenten voor: De partij stelt dat mensen die geen blijvende plek hebben in de Nederlandse samenleving en ook terug kunnen, moeten terugkeren [2]. Er wordt in het programma specifiek genoemd dat er bij afgewezen migranten gewerkt moet worden aan terugkeer via menswaardige opvang en begeleiding [1]. Daarnaast wordt er voor EU-arbeidsmigranten ingezet op taalonderwijs en integratie om te voorkomen dat zij in een parallel circuit blijven leven [3].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen directe argumenten om tegen het stellen van voorwaarden aan rijksfinanciering voor de opvang van EU-migranten te stemmen.
Bronnen:
"We zorgen voor voldoende, kwalitatieve opvangcapaciteit die kan meebewegen met pieken en dalen in aantallen asielzoekers. Dit voorkomt geldverspilling aan dure noodlocaties, zoals in hotels of op cruiseschepen. IND en COA worden voldoende en stabiel gefinancierd voor hun taak en ondersteund bij de inrichting van een efficiëntere asielprocedure. Asielzoekers krijgen snel duidelijkheid of zij mogen blijven, zodat mensen kunnen starten met hun leven in Nederland, of terugkeren. Dit voorkomt ook dat (potentieel) afgewezenen zich hier wortelen en het daarna onmenselijk is om hen, of hun kinderen, uit te zetten. In Nederland gewortelde kinderen zetten we niet uit en krijgen recht op verblijf in Nederland. De spreidingswet blijft van kracht om te kunnen voorzien in voldoende kleinschalige opvanglocaties, passend bij de omvang van de gemeente of buurt. Ook blijven alle gemeenten verplicht om statushouders te huisvesten. Voorrang van huisvesting van statushouders kan alleen vervallen als een realistisch alternatief wordt geboden, waardoor de asielketen niet vastloopt. Overlast bij AZC's wordt bestreden, samen met gemeenten en politie. Afgewezen asielzoekers vertrekken zo snel mogelijk naar het land van herkomst. We verbeteren daarom de vertrekprocedure en de communicatie daarover met afgewezen asielzoekers. Hierover maken we afspraken met landen van herkomst. Wanneer deze landen niet in redelijkheid meewerken aan het terugnemen van hun afgewezen onderdanen, worden sancties (nationaal of in Europees verband) overwogen. We staan in voor menswaardige opvang en begeleiding van afgewezen asielmigranten, waarbij gewerkt wordt aan terugkeer. Waar dat niet mogelijk is werken we aan een duurzaam perspectief: doormigratie of legalisering van verblijf. We zijn tegen strafbaarstelling van illegaliteit en hulp aan ongedocumenteerden wordt nooit strafbaar."
"De bevolkingsgroei in Nederland wordt de laatste jaren uitsluitend veroorzaakt door migratie (studie-, arbeids-, en asielmigratie). De overheid heeft hier nauwelijks sturing aan gegeven. Waar er al beleid was, betrof dat vaak stimulerende maatregelen, zoals verengelsing van het onderwijs of het aantrekken van goedkope arbeidskrachten. Het politieke debat over migratie blijft ondertussen steken in patstellingen, oneliners en verkiezingsretoriek, zonder echte oplossingen. Migranten zijn in dat debat een economische factor, een bedreiging of een object van mededogen. De ChristenUnie ziet hen als een schepsel van God. Een mens op zoek naar een betere toekomst, werk of studie willen we recht doen. Dat kan betekenen dat iemand zich hier - al dan niet tijdelijk - mag vestigen. Maar wie geen blijvende plek heeft in de Nederlandse samenleving en ook terug kan, moet terugkeren."
"Arbeidsmigranten zijn nu niet verplicht Nederlands te leren en in te burgeren. In Europees verband gaan we hier het gesprek over aan en aan verblijfsvergunningen voor niet EU-arbeidsmigranten verbinden we voorwaarden aan integratie, zoals het leren van de Nederlandse taal. Het gevaar dreigt dat EU-arbeidsmigranten in een parallel circuit blijven leven, met kans op herhaling van de migratiegolven uit de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Via werkgevers en gemeenten zetten we in op taalonderwijs voor deze groep vanuit de overtuiging dat een goede taalbeheersing noodzakelijk is voor een succesvolle integratie."