De regering moet in Brussel pleiten voor bindende doelen voor elektrificatie in de Europese Unie. Dit is nodig voor een duurzame en sterke samenleving. Duidelijke doelen zorgen ook voor zekerheid, waardoor bedrijven sneller durven te investeren in elektrische technieken.
Motie van het lid Van Oosterhout over pleiten voor bindende minimale elektrificatiedoelen
De kamer,
overwegende dat elektrificatie cruciaal is voor onze weerbaarheid en
efficiënte verduurzaming;
constaterende dat harde doelen stellen zorgt voor investeringszekerheid
en vraagcreatie, en coördinatie tussen EU-landen mogelijk maakt;
verzoekt de regering in Brussel te pleiten voor bindende minimale
elektrificatiedoelen voor de Unie en EU-lidstaten.
Argumenten voor: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die het steunen van bindende elektrificatiedoelen onderbouwen.
Argumenten tegen: De partij spreekt zich uit tegen regelgeving en dwang bij de elektrificatie van bijvoorbeeld het wagenpark [1]. Zij beschouwt het huidige beleid rond elektrificatie als ondoordacht en onhaalbaar [1] en benadrukt dat het versneld loslaten van fossiele brandstoffen de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van het energienet in gevaar brengt, omdat duurzame energie nog geen volwaardig alternatief is [3]. Daarnaast wijst de partij symboolbeleid af [2] en legt de nadruk op het subsidiariteitsbeginsel en de noodzaak van een parlementair mandaat bij Europese besluiten [4].
Bronnen:
"JA21 is tegen belastingen en regelgeving die brandstof kunstmatig duurder maken. Fossiele brandstof blijft de komende jaren de dominante energiebron in zowel trans -port als logistiek. Elektrisch rijden is nog niet geschikt voor grootschalige toepassing bij zwaar transport, lange afstanden en intensief gebruik. De transportsector is mondiaal verweven en een louter nationale afbouw van fossiel is daarmee onrealistisch. Hoewel de transportsector niet onwelwillend tegenover de elektrificatie van vrachtwagens en bestelbussen staat, is JA21 van oordeel dat de overheid daar een realistisch perspectief tegenover moet zetten. De problemen op het gebied van netcongestie maken de operatie onmogelijk, laadfaciliteiten ontbreken, de kosten voor on -dernemers zijn gigantisch en daarmee ook de financiële gevolgen voor consumenten. Ondernemers mogen niet langer worden opgezadeld met het huidige ondoordachte en onhaalbare beleid rond de elektrificatie van (onder andere) wagenparken. Van dwang kan in dat kader geen sprake zijn."
"Onze industrie beschermen door in te zetten op betaalbare en betrouwbare energie. We lossen netcongestie op en voorkomen dat bedrijven stilstaan omdat aansluiting op het stroomnet onmogelijk is. Symboolbeleid wijzen we af en we focussen op technologie en energiezekerheid."
"We moeten erkennen dat duurzame energie nog geen vol -waardig alternatief is voor energie opgewekt door fossiele brandstof, en dat het versneld loslaten van fossiele brand -stoffen grote effecten heeft voor de betrouwbaarheid en de betaalbaarheid van ons energienet. Het Nederlandse energienet kan nog niet volledig op kernenergie draaien en daarom moeten we de fossiele sector niet afschrijven. Bedrijven en gezinnen kunnen nog niet zonder en moe -ten hiervoor niet bestraft worden. Wij maken daarom de strategische keuze om onze fossiele sector en infrastructuur te behouden zolang duurzame kernenergie nog geen volwaardig alternatief is. Dit is een keuze voor zekerheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid, een keuze die we moeten maken tijdens de geopolitieke onrust die we nu doormaken."
"Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."