De regering moet in het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn (regels tegen vervuiling van water) opnemen hoe goede boeren vrijgesteld kunnen worden van algemene regels. Boeren die aantoonbaar goed presteren, moeten namelijk niet beperkt worden door voorschriften die voor hun bedrijf niet nodig zijn.
Motie van de leden Wiersma en Vermeer over in het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn opnemen hoe goed presterende boeren kunnen worden vrijgesteld van onnodige generieke voorschriften
De kamer,
constaterende dat doelsturing boeren moet belonen op basis van hun
daadwerkelijke bedrijfsprestaties;
overwegende dat boeren die aantoonbaar goed scoren niet onnodig vast
moeten blijven zitten aan generieke middelvoorschriften;
verzoekt de regering in het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn
concreet op te nemen hoe goed presterende boeren kunnen worden
vrijgesteld van generieke voorschriften die voor hun bedrijf niet nodig
zijn.
Argumenten voor: De partij wil boeren belonen voor natuurbeheer [1] en streeft naar een eerlijke vergoeding voor boeren die een positieve bijdrage leveren aan het landschap en de natuur [11088, 11089]. Daarnaast wil de partij de productiecapaciteit aanpassen aan wat de natuur aankan [2], wat in de kern aansluit bij het principe van doelsturing in plaats van louter generieke regels.
Argumenten tegen: De partij legt een sterke nadruk op het bereiken van een 'zekere en afdwingbare daling' van de stikstofuitstoot [3] en is bereid 'dwingende maatregelen' te gebruiken als 'stok achter de deur' om natuurherstel te waarborgen [10989, 11081]. Het verlenen van vrijstellingen van generieke voorschriften zou de zekerheid en afdwingbaarheid van deze milieudoelen kunnen ondermijnen.
Bronnen:
"Ondernemen met natuur. De boer is behalve voedselproducent ook beheerder van ons landschap. Boeren krijgen een eerlijke vergoeding voor het landschapsbeheer, bijvoorbeeld als ze werken met teeltvrije zones, kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers, water- en CO₂-opslag, weidevogelbeheer of landschapselementen. Dat maakt het voor hen aantrekkelijker om meer nadruk te leggen op natuurbeheer in de bedrijfsvoering. Overheden gaan daarom langjarige contracten aan met boeren en in Europa strijden we voor hoge milieunormen en voor Europese landbouwsubsidies die goede omgang met de natuur belonen."
"Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."
"Het land van het stikstofslot. We willen als Nederland vooruit. Daarvoor is voldoende stikstofruimte nodig om te bouwen, te investeren en infrastructuur aan te leggen. Om ruimte te creëren is natuurherstel nodig door een zekere en afdwingbare daling van de stikstofuitstoot. Vrijgekomen stikstofruimte komt in een stikstofbank waar de overheid eerste recht van koop heeft voor projecten met een maatschappelijk belang zoals woningbouw, de energietransitie, defensie en infrastructuur. PAS-melders en interimmers gaan we helpen."