Het kabinet moet de nieuwe temperatuurregel voor paardentransport niet voor alle paarden gebruiken. Paarden die niet voor de slacht zijn, moeten worden vrijgesteld van de daling naar 30 graden Celsius. Het vervoer van sportpaarden is namelijk anders dan dat van vee. De huidige regels beschermen het welzijn van paarden al goed. De maatregel schaadt de positie van Nederland als paardensportland.
Motie van het lid Den Hollander over de voorgenomen beleidsregel over dierentransport niet generiek toepassen op paarden
De kamer,
overwegende dat:
– het vervoer van (sport)paarden fundamenteel verschilt van transport in
de veehouderij;
– deze omstandigheden maken dat het welzijn van paarden tijdens
transport al in hoge mate is geborgd;
– de maatregel directe gevolgen kan hebben voor organisatie van
evenementen in Nederland en besluitvorming van internationale
bonden over toewijzing van wedstrijden, waarmee het voorstel de
positie van Nederland als paardensportland raakt;
verzoekt het kabinet:
– de voorgenomen beleidsregel niet generiek toe te passen op paarden;
– paarden die niet bestemd zijn voor de slacht uit te zonderen van de
verlaging naar 30 graden Celsius.
Argumenten voor: De partij wil meer topsportevenementen naar Nederland halen [2], terwijl de motie aangeeft dat de voorgenomen regel de organisatie van evenementen en de positie van Nederland als paardensportland kan raken. Daarnaast wil de partij minder regelzucht en voorkomen dat wetgeving ondoordacht wordt veranderd [4], wat aansluit bij het verzoek om de beleidsregel niet generiek op paarden toe te passen.
Argumenten tegen: De partij streeft naar dierenwelzijnsnormen die gebaseerd zijn op wetenschappelijke inzichten [1]. Als de voorgenomen temperatuurregel wetenschappelijk is onderbouwd, kan het uitzonderen van paarden hiermee in strijd zijn. Daarnaast kan de partij tegen stemmen als zij de motie beschouwt als een motie zonder overduidelijke meerwaarde [3].
Bronnen:
"Stappen naar een dierwaardige veehouderij: Open dierenwelzijnsnormen in de wetgeving worden zoveel mogelijk vervangen door duidelijke richtlijnen op basis van wetenschappelijke inzichten. We vragen van de sector een verbetering van de wijze waarop dieren worden gehouden. Vanzelfsprekend met een werkbaar tijdpad voor investeringen. Het convenant en de onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij moeten hier een belangrijke rol bij spelen."
"Topsport: We zetten ons in om meer topsportevenementen naar Nederland te halen. Goed opgeleide trainers en coaches leveren de beste topsporters af. We zijn trots op onze topsportaccommodaties in Nederland, zoals Thialf en Papendal."
"Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."