Asbest in kinderspeelgoed aanpakken

De regering moet de wet aanpassen zodat de NVWA (de toezichthouder) direct kan ingrijpen bij asbest in speelgoed. Nu kan de NVWA nog niet handhaven op basis van onderzoek door externe laboratoria. Hierdoor moeten consumenten te lang wachten op veilig speelgoed.

Motie van het lid Beckerman over de wet dusdanig aanpassen dat toezichthouders kunnen handhaven op basis van onderzoek van derden

De kamer, constaterende dat geaccrediteerde laboratoria onlangs zorgelijke hoeveelheden asbest hebben geconstateerd in kinderspeelgoed, maar de NVWA op basis van onderzoek van derden geen actie kan ondernemen; overwegende dat het onwenselijk is dat consumenten onnodig lang moeten wachten op handhaving; verzoekt de regering de wet dusdanig aan te passen dat toezichthouders kunnen handhaven op basis van onderzoek van derden, mits uitgevoerd door in de EU geaccrediteerde laboratoria.
18 juni | SP | Verworpen: 49–100 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid sociale grondrechten op het gebied van de volksgezondheid moet garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven [1]. Er wordt gesteld dat huidige instanties onvoldoende in staat zijn om snel en adequaat te handelen en dat zij beter toegerust moeten worden om handhavend op te treden [1]. Daarnaast ondersteunt de partij het strikt hanteren van het voorzorgsprincipe bij stoffen waarvan de schadelijkheid onbekend is [3] en vindt zij dat regels die voor Nederlandse bedrijven gelden, ook van kracht moeten zijn op geïmporteerde goederen [2].

Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten tegen het versterken van de handhavingsmogelijkheden van toezichthouders of het gebruik van onderzoek van derden.

Bronnen:

  1. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  2. "Regels die voor Nederlandse bedrijven gelden, zijn ook van kracht op geïmporteerde goederen. Het kan en mag niet zo zijn dat Nederlandse productie die voldoet aan de hoogste standaarden wordt weggeconcurreerd doordat vergelijkbare producten met lagere standaarden wel geïmporteerd mogen worden, zoals gebeurt met dierlijke producten."
  3. "Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."