Minder dierenleed bij transport naar de slacht

De regering moet dierenleed tijdens het transport naar de slacht uitfaseren. Dit kan door mobiele dodingsstations en karkasvervoer (het vervoeren van het vlees na de slacht) te gebruiken. Zo ervaren dieren minder pijn tijdens het transport.

Motie van het lid Graus over het uitfaseren van slachtdiertransporten

De kamer, verzoekt de regering dierenleed tijdens slachtdiertransporten uit te faseren middels inzet van mobiele dodingsstations en karkasvervoer.
18 juni | PVV | Verworpen: 43–106 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil het dierenwelzijn verbeteren [1] en beschouwt de industriële landbouw als slecht voor het dierenwelzijn [2]. Daarnaast wil de partij de maximale duur en de temperatuur tijdens veetransporten beperken [1], wat een maatregel is om de omstandigheden voor dieren tijdens transport te verbeteren.

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die argumenten bieden om tegen het verminderen van dierenleed tijdens transport te stemmen.

Bronnen:

  1. "Dierenwelzijn. We verbeteren dierenwelzijn. Alle huisvesting voor landbouwdieren moet voldoen aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en volksgezondheid. Melkveehouderijen krijgen alleen een vergunning als koeien een deel van het jaar naar buiten mogen, en uiteindelijk moeten alle dieren naar buiten kunnen. Er worden geen nieuwe stallen gebouwd waarin dieren permanent binnen worden opgesloten. We stimuleren het 'kalf bij de koe' principe. In slachthuizen komt verplicht cameratoezicht en de maximale slachtsnelheid wordt verlaagd, net als de maximale duur en temperatuur bij veetransporten. Producten die in Nederland worden verkocht of verwerkt moeten een Beter Leven-keurmerk halen van minimaal 2 sterren, en vanaf 2040 zijn dat er 3. Dierenbeulen worden hard aangepakt en mogen geen dieren meer houden."
  2. "Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."