De regering moet nieuwe wetten en plannen toetsen aan het VN-verdrag Handicap (een internationale afspraak voor mensen met een beperking). Mensen met een beperking lopen nog steeds dagelijks tegen problemen aan. De regering moet daarom samen met deze mensen onderzoeken hoe zij structureel kunnen helpen bij het controleren van nieuw beleid.
Motie van het lid Vliegenthart c.s. over nieuwe wetgeving en beleidsvoorstellen toetsen aan het VN-verdrag Handicap
De kamer,
constaterende dat het VN-verdrag Handicap al sinds 2016 in Nederland
van kracht is, maar dat mensen met een beperking nog dagelijks obstakels
ervaren op diverse terreinen van het leven;
overwegende dat de overheid de verplichting heeft om beleid en
wetgeving aan te laten sluiten op de uitgangspunten van het VN-verdrag
Handicap;
overwegende dat belangenorganisaties van en voor mensen met een
beperking een essentiële rol vervullen bij het signaleren van knelpunten,
het toetsen van beleid aan de praktijk en het vertegenwoordigen van
mensen met een beperking;
verzoekt de regering om nieuwe wetgeving en beleidsvoorstellen te
toetsen aan het VN-verdrag Handicap en hierover te rapporteren aan de
Kamer;
verzoekt de regering tevens om de punten uit de nota mee te nemen bij
het uitwerken van de werkagenda;
verzoekt de regering tevens om in overleg met mensen met een beperking
en organisaties te onderzoeken hoe zij structureel beter ondersteund
kunnen worden en betrokken kunnen worden bij de toetsing van nieuwe
wetten en beleid aan het VN-verdrag, en de Kamer hierover voor het
einde van 2026 te informeren.
Argumenten voor: De partij wil dat de wet- en regelgeving binnen vijf jaar is aangepast om te voldoen aan het VN-verdrag Handicap [1]. Ook vindt de partij dat mensen met een beperking betrokken moeten worden bij de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van beleid dat hen raakt [2]. Daarnaast steunt de partij het verzamelen van adviezen uit de samenleving bij de ontwikkeling van nieuwe wetgeving [3] en de verplichting om nieuwe wetgeving vooraf te toetsen aan internationale verdragen [4].
Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen fragmenten gevonden die tegen het toetsen van wetgeving aan het VN-verdrag Handicap of tegen de betrokkenheid van belangenorganisaties van mensen met een beperking pleiten.
Bronnen:
"We zorgen ervoor dat binnen vijf jaar de nodige wijzigingen in wet- en regelgeving zijn gedaan om te voldoen aan het VN-verdrag Handicap. Per wijziging wordt een ambitieuze en realistische deadline voor de invoer gesteld om zo snel mogelijk te voldoen aan de punten in het VN-verdrag."
"Mensen met (een ervaring met) een beperking worden betrokken bij de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van beleid dat hen aangaat."
"Wij pleiten voor het invoeren van een parlementaire wetsverkenning. Hiermee krijgt de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer."
"Volt houdt vast aan internationale en Europese verdragen. Nederland moet zich houden aan de verdragen wanneer de rechten van vluchtelingen in het geding zijn en niet de randen van de regels opzoeken. De Raad van State dient verplicht nieuwe wetgeving, inclusief onderliggende regelgeving, vooraf te toetsen."