Zorgovergang voor jongeren met beperking

De regering moet een plan maken om de overgang van kindzorg naar volwassenenzorg (van 18-min naar 18-plus) voor jongeren met een ziekte of beperking te verbeteren. Een slechte overgang zorgt namelijk voor onderbrekingen in de zorg en veel extra stress voor gezinnen. Een goed plan helpt om de zorg en de juiste hulp zonder problemen voort te zetten.

Motie van het lid Bikker c.s. over een plan van aanpak voor het versoepelen van de overgang van 18-min naar 18-plus voor jongeren met een ernstige ziekte of beperking

De kamer, constaterende dat de overgang van 18-min naar 18-plus voor jongeren met een ernstige ziekte of beperking extra uitdagingen met zich meebrengt, onder andere door de overgang van medische kindzorg naar volwassenenzorg, veranderingen in financieringsstromen en -ondersteuning, en de toename van administratieve verantwoordelijkheden; overwegende dat een onvoldoende begeleide overgang kan leiden tot discontinuïteit van zorg en extra belasting voor gezinnen; verzoekt de regering om bij de begrotingsbehandeling met een plan van aanpak te komen om de overgang van 18-min naar 18-plus voor jongeren met een ernstige ziekte of beperking te versoepelen, waaronder voorstellen voor betere begeleiding, afstemming tussen betrokken instanties en het voorkomen van onnodige onderbrekingen in zorg en ondersteuning.
22 juni | CU, SP | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil de jeugdhulp beter organiseren door minder papierwerk en een slimmere inkoop [1], en streeft naar nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen [3]. Daarnaast wil de partij investeren in sterke lokale teams om de zorg te verbeteren [2] en de inkomenszekerheid verstevigen bij overgangen tussen verschillende vormen van ondersteuning, met oog voor chronisch zieken [4]. Ook legt de partij de nadruk op het ondersteunen van de positie van families en het creëren van meer samenhang in het overheidsbeleid [5].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die een argument bieden om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "We organiseren de jeugdhulp beter door slimmere regionale (en waar nodig landelijke) inkoop en minder papierwerk. Daardoor wordt juist de specialistische jeugdhulp beter beschikbaar, zodat jongeren met bijvoorbeeld suïcidale gedachten, trauma of een eetstoornis sneller geholpen worden. Gemeenten krijgen structureel voldoende financiële middelen krijgen voor passende inzet van jeugdhulp. Daarbij wordt heroverwogen of de huisarts en de jeugdbescherming zonder overleg met de gemeente jeugdzorg kunnen inzetten. De ChristenUnie is tegen de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg."
  2. "De hervormingsagenda, die samen met het veld is opgesteld en breed gesteund wordt, is leidend voor het verbeteren van de jeugdzorg. Dit betekent sterke lokale teams, die de ruimte hebben om lokale steunstructuren te versterken en zinloze zorg terug te dringen. Ook vraagt dit investeren in de sociale basis, samenwerking met het onderwijs en duidelijke keuzes welke behandelingen wel en niet onder de Jeugdwet vallen."
  3. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  4. "De Participatiewet is het vangnet zodat iedereen volwaardig mee moet kunnen doen in de samenleving. Nu de wijzigingen van de Participatiewet op korte termijn in gang zijn gezet, is het tijd voor een hervorming van de Participatiewet op lange termijn. Vereenvoudiging van inkomensondersteuning en versteviging van inkomenszekerheid (ook bij de overgang tussen dagbesteding, bijstand en betaald werk) moet daarbij de kern zijn. Onderdeel daarvan ook is perspectief voor chronisch zieken en mensen met een medische urenbeperking in de bijstand,de afschaffing van de 4-wekenzoektermijn bij jongeren en meer ruimte voor initiatieven zoals het bouwdepot dat kwetsbare jongeren financiële stabiliteit biedt."
  5. "Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."