De regering moet de belangen van kinderen altijd meenemen in het beleid rondom militaire uitzendingen. Defensie heeft namelijk een zorgplicht voor de hele familie van een militair. Onderzoek van de Veteranenombudsman en de Kinderombudsman laat zien dat kinderen extra aandacht nodig hebben in onveilige thuissituaties. Ook moeten scholen en (ex-)partners beter worden geïnformeerd.
Motie van het lid Bolhuis over de aandacht voor kinderen structureel verankeren in proactief beleid rondom uitzendingen en voor- en nazorg
De kamer,
constaterende dat uit het onderzoek van de Veteranenombudsman en de
Kinderombudsman «Erken mijn belangen» blijkt dat extra aandacht nodig
is voor de belangen van kinderen, zeker bij risicovolle en soms onveilige
(thuis)situaties;
overwegende dat de bijzondere zorgplicht van Defensie niet stopt bij de
militair of veteraan, maar ook ouders, (ex-)partners, kinderen en andere
familie raakt;
verzoekt de regering de aandacht voor kinderen structureel te verankeren
in proactief beleid rondom uitzendingen en voor- en nazorg, inclusief
toegesneden informatievoorziening voor (ex-)partners en scholen.
Argumenten voor: De partij stelt dat militairen en hun thuisfront recht hebben op goede ondersteuning [1]. Daarnaast vindt de partij dat gezinnen en families centraal moeten staan in het overheidsbeleid en dat de overheid de positie van gezinnen moet ondersteunen en waarderen [2]. De partij ziet het expliciet als de taak van de overheid om opvoeders te ondersteunen en keuzes te maken die de volgende generaties ten goede komen [6]. Ook het belang van een goede basis voor de ontwikkeling van kinderen en de noodzaak van samenwerking tussen bijvoorbeeld ouders en onderwijs wordt benadrukt [5][4].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten die zich direct uitspreken tegen het bieden van extra aandacht of ondersteuning aan kinderen in de context van militaire uitzendingen. De partij stelt wel dat de verantwoordelijkheid voor de opvoeding primair bij de ouders ligt [3], maar de motie vraagt om structureel beleid en informatievoorziening vanuit de overheid, niet om een inbreuk op de opvoedingsvrijheid.
Bronnen:
"Militairen en hun naasten brengen persoonlijke offers voor onze veiligheid. Dit verplicht de samenleving om militairen, hun thuisfront en veteranen goede ondersteuning te bieden in de vorm van goed personeelsbeleid en goed(e) veteranenzorg en -beleid. Met de groei van defensie, groeit de geestelijke verzorging navenant mee."
"Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."
"Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Kinderen zijn de toekomst. Als mensen door woon- en geldzorgen levenskeuzes zoals een kinderwens uit- of afstellen, is het aan de overheid om daar meer ruimte te creëren. Dat ouders zich financieel gedwongen voelen om beide fulltime te werken om het gezin te kunnen onderhouden, is niet goed. Ons uitgewerkte belastingstelsel (zie paragraaf 2.3 'Naar een nieuw, eenvoudig en eerlijk belastingstelsel') geeft financieel ruimte aan gezinnen. En ruimte is nodig, want kinderen opvoeden en jongeren begeleiden naar volwassenheid vraagt veel aandacht, liefde en zorg. Opgroeien in een liefdevolle omgeving met een fijne buurt en goede school geeft kinderen een stevige basis voor het leven."
"Het is wel de taak van de overheid om opvoeders te steunen en te faciliteren én om keuzes te maken die niet alleen de korte termijn dienen, maar ook de volgende generaties. Daar zet de ChristenUnie zich voor in."