Mbo-onderwijs gratis maken

De regering moet bij het mbo-bekostigingsbesluit (de regels voor de financiering van het mbo) een stap zetten om mbo-onderwijs gratis te maken. Veel studenten hebben namelijk moeite om rond te komen. De hoge kosten voor zaken als boeken, kleding en licenties zorgen er soms voor dat zij voortijdig stoppen met hun opleiding.

Motie van het lid Tseggai c.s. over bij het mbo-bekostigingbesluit een eerste betekenisvolle stap zetten richting mbo-onderwijs dat voor alle studenten kosteloos is

De kamer, constaterende dat uit de recente JOB-monitor blijkt dat 20% van de mbo-studenten moeite heeft met rondkomen en dat voor 45% van de mbo-studenten de schoolkosten hoger uitvallen dan aanvankelijk gedacht; overwegende dat de aanschaf van onderwijsbenodigdheden zoals boeken, licenties en kleding een grote kostenpost is voor mbo-studenten en soms zelfs de directe aanleiding vormt om de mbo-opleiding voortijdig te beëindigen; van mening dat mbo-onderwijs voor álle studenten kosteloos moet zijn; verzoekt de regering bij het mbo-bekostigingsbesluit hierin een eerste betekenisvolle stap te zetten, en de Kamer hierover te informeren.
23 juni | D66, PvdD | Aangenomen: 123–27 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat studenten kunnen studeren zonder enorme schulden [1] en wil voorkomen dat studenten vastlopen door stress over geld [1]. Daarnaast streeft de partij naar gelijkheid tussen mbo-, hbo- en wo-studenten wat betreft de toegang tot voordelen [2] en financiële steun [3]. Het verhogen van de aanvullende beurs voor mbo-studenten [5][3] en het invoeren van een eerlijke stagevergoeding [4] zijn maatregelen die direct bijdragen aan het verlichten van de financiële druk op mbo-studenten.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma spreekt niet expliciet over het volledig kosteloos maken van het mbo-onderwijs, maar richt zich in plaats daarvan op het verhogen van de basisbeurs [3], het verhogen van de aanvullende beurs voor mbo-studenten [5][3] en het verbeteren van stagevergoedingen [4].

Bronnen:

  1. "Studeren op het mbo, de hogeschool of aan de universiteit zou een tijd moeten zijn waarin je groeit, nieuwe mogelijkheden ontdekt en een goede basis legt voor je toekomst. Maar te vaak lopen studenten vast door stress over geld, druk om te presteren en een gebrek aan betaalbare huizen. De mentale gezondheid van studenten staat al jaren onder druk. Het mbo, hbo en wo worden nog altijd ongelijk gewaardeerd. Dat moet anders. D66 kiest voor een studietijd waarin iedereen kan leren en leven, zonder torenhoge schulden. En waar mbo'ers, hbo'ers en wo'ers elkaar ontmoeten, ook in de collegezaal."
  2. "Mbo-studenten krijgen dezelfde toegang tot studentenhuisvesting, dezelfde voordelen voor studenten en toegang tot sport, cultuur en verenigingen als hbo en wo-studenten."
  3. "D66 verhoogt de basisbeurs met €166 euro per maand, zodat studenten beter kunnen rondkomen. Een mbo-student krijgt dezelfde aanvullende beurs als een student aan de hogeschool of universiteit."
  4. "Wij willen een eerlijke stagevergoeding voor elke student. Daarom komt er een wettelijke minimum stagevergoeding, die werkgevers betalen. Er mag geen verschil bestaan tussen stages in het mbo, hbo en wo. We accepteren geen stagediscriminatie en voeren daarom een geen-pardon beleid. Elke onderwijsinstelling krijgt een meldpunt voor stagediscriminatie."
  5. "D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."