De regering moet een systeem maken om de voortgang van de Nationale Veiligheid Strategie landelijk te volgen. Nu kijken ministeries alleen naar hun eigen plannen. Dat is niet genoeg, want voor goede veiligheid moeten alle maatregelen goed samenwerken. De regering moet ook vertellen hoe de NCTV (de coördinator van veiligheid) hier een rol in krijgt.
Motie van het lid Mathlouti over een rijksbrede monitoringssystematiek voor de Nationale Veiligheid Strategie
De kamer,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat rijksbreed
inzicht in de voortgang van de Nationale Veiligheid Strategie ontbreekt en
momenteel voornamelijk wordt gemonitord op afzonderlijke actielijnen
per ministerie;
overwegende dat effectieve sturing op nationale veiligheid vraagt om
inzicht in zowel de voortgang als de samenhang van maatregelen;
verzoekt de regering zo spoedig mogelijk te komen tot een rijksbrede
monitoringssystematiek voor de Nationale Veiligheid Strategie, en de
Kamer te informeren over de wijze waarop hierin een coördinerende rol
voor de NCTV wordt vormgegeven.
Argumenten voor: De partij streeft naar een 'integrale benadering' van veiligheid, waarbij militaire inzet, diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en inlichtingen- en veiligheidsdiensten nauw met elkaar samenwerken [2][5]. Daarnaast benadrukt de partij dat de veiligheid, de democratie en vitale infrastructuur beschermd moeten worden tegen complexe dreigingen, zoals hybride dreigingen en spionage [1][4][3]. De NCTV wordt in het programma al specifiek genoemd als een partij wiens dreigingsappreciatie zwaar meeweegt in het beleid [6].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen een rijksbrede monitoring of een coördinerende rol voor de NCTV te stemmen.
Bronnen:
"Vrijheid en democratie zijn niet vanzelfsprekend. Er is een oorlog gaande in Europa. Toenemende geopolitieke spanningen zorgen voor onzekerheid en een schemergebied tussen oorlog en vrede. In een instabiele wereld moeten Europa en Nederland meer op eigen benen staan om onze veiligheid en democratische rechtsorde te beschermen en weerbaarder te worden. De rechtsstaat en ons vrije democratische bestel staan niet alleen onder druk van (sabotage door) andere landen, maar ook door terroristische dreiging van het jihadisme, criminele ondermijning of extremistische netwerken die onze rechtsorde bedreigen."
"De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."
"Nederland moet zich goed beschermen tegen spionage, diefstal van militaire technologie, ontwrichting door desinformatie en het hacken van wapensystemen en vitale infrastructuur (zoals een waterkering). Nederland is goed in cyberveiligheid en dat willen we zo houden. Extra geld voor defensie gebruiken we daarom ook voor het verbeteren van cyberveiligheid. De veiligheid op de Noordzee staat onder druk. Er komt een strategie om met bondgenoten de vitale onderdelen van de infrastructuur, zoals zeekabels, te beschermen. We werken daarbij nauw samen met bondgenoten aan de Oostzee die soortgelijke ervaringen hebben."
"De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."
"Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."
"De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) heeft verontrustende conclusies gepresenteerd. Uit het onderzoek blijkt dat bepaalde islamitische landen met geldstromen invloed uitoefenen in onder meer moskeeën en informeel islamonderwijs. Om dit tegen te gaan leggen we geldstromen uit onvrije landen aan banden. We streven er naar organisaties die dergelijke invloed uitoefenen te verbieden. Vaak zijn deze organisaties in andere landen om deze reden al verboden. Landen die onvrijheid of terrorisme subsidiëren worden gesanctioneerd. Hierin telt de dreigingsappreciatie van de NCTV zwaar mee. De Nederlandse regering stuurt geen afvaardiging naar sportevenementen in dergelijke landen."