De regering moet samen met het Centrum Seksueel Geweld, de politie en het Openbaar Ministerie een centrale plek maken voor de intake en beoordeling van slachtoffers. Er is te weinig personeel voor alle zedenzaken. Ook is een strafproces niet voor iedereen de beste hulp. Deze aanpak helpt slachtoffers de juiste zorg te krijgen en gebruikt de tijd van de politie beter.
Motie van het lid Coenradie over een centrale intake- en triagefunctie binnen de zedenketen
De kamer,
constaterende dat de zedenketen onder grote druk staat en dat de
Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat ook ernstige misdrijven,
waaronder zedenzaken, door capaciteitsgebrek blijven liggen, terwijl juist
deze zaken altijd prioriteit zouden moeten krijgen;
overwegende dat slachtoffers van seksueel geweld verschillende
behoeften kunnen hebben op het gebied van zorg, herstel, bescherming
en strafrecht, waarbij een strafrechtelijk traject niet in alle gevallen
passend of wenselijk is;
overwegende dat het Centrum Seksueel Geweld een belangrijke rol
vervult in de opvang, ondersteuning en begeleiding van slachtoffers, en
een centrale intake- en triagefunctie kan bijdragen aan zowel passende
hulpverlening als een effectievere inzet van de schaarse capaciteit binnen
de zedenketen;
verzoekt de regering om samen met het Centrum Seksueel Geweld, de
politie en het Openbaar Ministerie te komen tot een centrale intake- en
triagefunctie binnen de zedenketen, waarbij de behoeften van slachtoffers
centraal staan en de beschikbare opsporingscapaciteit doelmatiger kan
worden ingezet.
Argumenten voor: De partij wil de capaciteit voor politie en justitie vergroten [2] en specifiek de capaciteit voor opsporing uitbreiden [1]. Daarnaast wil de partij zware misdrijven, waaronder zedendelicten, harder aanpakken [1][3] en streeft zij naar het legaliteitsbeginsel, waarbij misdrijven in beginsel consequent worden vervolgd [4][5]. Een centrale intake- en triagefunctie die bijdraagt aan een doelmatiger gebruik van de beschikbare opsporingscapaciteit ondersteunt deze doelen [1][2].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om een efficiëntere inzet van de opsporingscapaciteit of een betere aanpak van de zedenketen af te wijzen.
Bronnen:
"Daarnaast willen wij meer steun en waardering voor politiemensen op straat. Dat betekent minder bureaucratie, hogere salarissen en politiebureaus terug in wijken en dorpen. Ook moet de capaciteit voor opsporing van georganiseerde misdaad flink worden uitgebreid. Zware misdrijven moeten harder worden bestraft, recidivisten moeten eerder worden vastgezet en veelplegers moeten sneller in een ISD-traject komen. Voor gewelds- en zedendelicten willen we minimumstraffen invoeren, waarvan rechters slechts bij hoge uitzondering kunnen afwijken. Zo maken we duidelijk dat criminaliteit nooit loont en dat daders altijd worden aangepakt."
"Aanpak georganiseerde criminaliteit
We geven politie en justitie meer capaciteit en bevoegdheden, zodat zware criminaliteit effectiever kan worden bestreden."
"Minimumstraffen invoeren
We voeren minimumstraffen in voor ernstige gewelds- en zedendelicten, zodat rechters alleen met goede motivatie kunnen afwijken."
"Legaliteitsbeginsel invoeren
We vervangen het opportuniteitsbeginsel door het legaliteitsbeginsel, zodat elk misdrijf in beginsel in behandeling wordt genomen en vervolgd."
"Een veilige, vrije samenleving begint bij een rechtstaat die consequent optreedt tegen misdaad. In Nederland gebeurt dat te weinig: slechts één op de vijf misdrijven wordt opgelost. Dit is het gevolg van het Opportuniteitsbeginsel, zoals vastgelegd in artikel 167 Wetboek van Strafvordering, waarbij het Openbaar Ministerie zelf mag bepalen of het vervolging 'opportuun' acht. Forum voor Democratie wil dit aanpassen en overstappen naar het Legaliteitsbeginsel, zoals in Duitsland. Daar moet de politie alle misdrijven in beginsel in behandeling nemen en gaat het OM over tot vervolging, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen. Het verschil is duidelijk: in Duitsland ligt het opsporingspercentage op 50%."