Regering moet tegen Milieuomnibus stemmen

De regering moet zich aansluiten bij de minderheid die tegen de Milieuomnibus is. Deze regels zorgen waarschijnlijk voor minder bescherming van het milieu. Dit is vastgesteld door de onafhankelijke Commissie Mer.

Motie van de leden Kostić en Zalinyan over zich voor nu aansluiten bij een blokkerende minderheid bij de positiebepaling over de Milieuomnibus

De kamer, constaterende dat de Kamer de motie-Kostić (21501–08, nr. 1020) heeft aangenomen om te borgen dat vereenvoudigingen in de Europese weten regelgeving niet leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu; constaterende dat de onafhankelijke Commissie mer heeft geconstateerd dat de Milieuomnibus waarschijnlijk een achteruitgang betekent voor de bescherming van het milieu; verzoekt de regering om zich voor nu aan te sluiten bij de blokkerende minderheid bij de positiebepaling over de Milieuomnibus.
24 juni | PvdD | Verworpen: 33–114 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid moet garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven [1]. Het strikt hanteren van het voorzorgsprincipe is hierbij essentieel om te voorkomen dat de gevolgen van schadelijke stoffen pas na decennia duidelijk worden [5]. Daarnaast benadrukt de partij dat het borgen van de aanpak cruciaal is, zodat maatregelen ook daadwerkelijk leiden tot een reductie van emissies en natuurherstel [3], en dat er een ambitieus beleid nodig is voor natuur, milieu en klimaat [2].

Argumenten tegen: De partij waarschuwt dat het bedrijfsleven niet overladen moet worden met onnodige regeldruk en onduidelijkheid [4]. Ook wordt de problematiek van regelcongestie en complexe procedures genoemd die de voortgang van belangrijke maatschappelijke zaken kunnen belemmeren [6].

Bronnen:

  1. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  2. "Maar de schepping zucht. De leefomgeving raakt vervuild. Diersoorten sterven uit. Het klimaat warmt op. Hele ecosystemen dreigen te verdwijnen. De mens buit de schepping uit, terwijl we een opdracht hebben haar te beheren en goed te verzorgen. De zelfzucht van de mens moet daarom beheerst worden. De grenzen van de schepping zijn ónze grenzen. Dat vraagt om ambitieus natuur-, milieu-, en klimaatbeleid. De ChristenUnie kiest voor een koers van herstel."
  3. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
  4. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
  5. "Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
  6. "In Nederland worden oplossingen soms tegengehouden door regels, procedures en beleidslagen die elkaar in de weg zitten. Het resultaat is een 'vetocratie': iedereen kan iets tegenhouden, maar gezamenlijk krijgen we de grote zaken niet meer van de grond. Dit leidt tot frustratie en vervreemding: waarom moet een school voor elke subsidieaanvraag tientallen pagina's invullen, terwijl het geld bedoeld is voor lesgeven? De regelcongestie raakt het dagelijks leven: een dorpsfeest moet soms meer dan tien vergunningen aanvragen, inclusief geluidsplan, verkeersplan en toiletplan. Zorgverleners besteden uren aan opgelegde formulieren. Vrijwilligersorganisaties moeten voldoen aan complexe UBO- en AVG-registraties, zelfs als ze alleen een buurtbarbecue organiseren."