De regering moet praten met zorgverzekeraars en de partijen die zorgbuurthuizen starten. Zorgverzekeraars betalen nu niet mee aan deze buurtplekken. Daardoor is het lastig om zorgbuurthuizen te openen. Deze huizen zijn belangrijk omdat ze ouderen een fijne woonplek bieden in hun eigen buurt.
Motie van het lid Dobbe over een bijdrage van zorgverzekeraars aan zorgbuurthuizen
De kamer,
constaterende dat zorgbuurthuizen een bewezen concept zijn, waardoor
ouderen in hun eigen buurt een fijne woonzorgplek kunnen krijgen;
overwegende dat zorgverzekeraars niet willen bijdragen aan de financiering van zorgbuurthuizen, waardoor deze lastiger van de grond komen;
verzoekt de regering om in gesprek te gaan met zorgverzekeraars en
initiatiefnemers van zorgbuurthuizen om ervoor te zorgen dat ook
zorgverzekeraars gaan bijdragen aan de totstandkoming van zorgbuurthuizen.
Argumenten voor: De partij stelt dat zorgverzekeraars meer moeten investeren in preventie en de sociale basis, aangezien dit nu nauwelijks gebeurt [3]. Ook wordt het geclusterd wonen van ouderen ondersteund, waarbij afspraken worden gemaakt over onder andere gezamenlijke zorgfinanciering [1]. Verder beschouwt de partij voorzieningen zoals buurthuizen als essentieel voor de samenleving [2] en wil de partij dat de overheid de samenwerking tussen formele en informele zorg faciliteert om zorg toegankelijk en betaalbaar te houden [4].
Argumenten tegen: Op basis van de verstrekte fragmenten zijn er geen argumenten te vinden om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Geclusterd wonen van ouderen met een (beginnende) zorgvraag gebeurt nog op te kleine schaal. Daarom maakt elke gemeente afspraken met zorg- en welzijnsorganisaties, kerken, woningcorporaties en verenigingen over huisvesting, zinvolle dagbesteding, bestrijding van eenzaamheid en de invulling van zorg en ondersteuning. Deze afspraken gaan ook over gezamenlijke zorgfinanciering en de bouw van geclusterde woningen waar verpleeghuiszorg thuis geleverd kan worden. Gemeenten krijgen meer beleidsruimte om echt regie te kunnen nemen."
"Kerken en geloofsgemeenschappen zijn volwaardige partners van de overheid. Ze spelen een cruciale rol in het ondersteunen van mensen in armoede en het voorkomen van eenzaamheid en sociale uitsluiting, juist op plekken waar de overheid vaak geen rol heeft. De overheid voert regelmatig overleg met kerken en andere geloofsgemeenschappen. Daarbij is aandacht voor praktische belemmeringen zoals huisvesting. Nu is de overheid hier vaak (soms vanuit religieus analfabetisme, soms vanwege gebrek aan samenlevingsvisie) een sta-in-deweg, terwijl het haar taak is om mee te denken. Bij woningbouwprojecten moet vanaf het begin ruimte worden gereserveerd voor ontmoeting: kerken, buurthuizen, verenigingsgebouwen en maatschappelijk vastgoed zoals huisarts- en hulpverleningspraktijken. Deze voorzieningen zijn essentieel voor een sterke samenleving."
"Medisch en sociaal domein sluiten beter elkaar aan om (informele) zorg en welzijn te faciliteren. Vanuit de zorgverzekeraars wordt er geïnvesteerd in preventie en de sociale basis. Dit gebeurt nu nauwelijks terwijl preventie en een stevige sociale basis veel (gespecialiseerde) zorg voorkomen."
"De overheid kan deze onderlinge betrokkenheid stimuleren en ondersteunen, als aanvulling op goede, toegankelijke zorg. De overheid faciliteert een goede samenwerking tussen formele en informele zorg. Hierdoor krijgen mensen passende zorg en ondersteuning op een manier die toegankelijk, warm en op de lange termijn betaalbaar is."