De regering moet samen met gemeenten snel zorgen voor huisvesting voor dakloze moeders en hun kinderen. Tientallen gezinnen leven nu op straat. Hierdoor riskeren kinderen dat ze door Veilig Thuis (een instantie die ingrijpt bij onveilige situaties) uit huis worden geplaatst of onder toezicht komen te staan.
Motie van het lid Diederik van Dijk over met spoed maatregelen treffen om dak- en thuisloze moeders en hun kinderen van onderdak te voorzien
De kamer,
constaterende dat tientallen dak- en thuisloze moeders met hun kinderen
op straat leven;
constaterende dat deze kinderen via een Veilig Thuismelding te maken
kunnen krijgen met ondertoezichtstelling en scheiding van hun moeder;
overwegende dat een duurzame oplossing voor deze gezinnen lang op
zich laat wachten;
verzoekt de regering om in samenspraak met gemeenten met spoed
maatregelen te treffen, zodat deze moeders en kinderen onderdak krijgen,
en te voorkomen dat deze kinderen onder toezicht gesteld worden.
Argumenten voor: De partij stelt dat situaties waarin ingrijpen in het gezinsleven noodzakelijk is, zoveel mogelijk beperkt moeten worden [1]. Daarnaast is de inzet idealiter gericht op het behoud van het gezin [1]. Het verstrekken van huisvesting aan gezinnen helpt om de noodzaak voor ingrijpen, zoals ondertoezichtstelling, te voorkomen en draagt bij aan een veilige thuissituatie voor kinderen [2][1].
Argumenten tegen: Het programma geeft weinig tot geen directe argumenten tegen de motie. Er wordt enkel opgemerkt dat ingrijpen in situaties waarin de thuissituatie bedreigend is, soms noodzakelijk is [1], maar de motie richt zich juist op het voorkomen van die noodzaak door huisvesting te bieden.
Bronnen:
"Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."