De regering moet de ondersteuning voor gemeenten en provincies bij de Omgevingswet voortzetten en versterken. De nieuwe wet verandert de manier van werken volledig. Goede hulp is nodig voor een goede uitvoering en om onduidelijkheid te voorkomen.
Motie van het lid Mooiman c.s. over de ondersteuning van bevoegd gezagen die werken met de Omgevingswet waar nodig intensiveren
De kamer,
constaterende dat de Omgevingswet een omvangrijke stelselwijziging
betreft die om nieuwe werkwijzen vraagt van gemeenten, provincies,
waterschappen en andere bevoegd gezagen;
overwegende dat voldoende ondersteuning en kennisdeling bijdragen aan
een consistente en kwalitatief goede uitvoering van de wet;
verzoekt de regering de ondersteuning van bevoegd gezagen bij het leren
werken met de Omgevingswet te continueren en waar nodig te intensiveren, zodat de kwaliteit van de uitvoering wordt versterkt en onduidelijkheden worden verminderd.
Argumenten voor: De partij wil dat omgevingsdiensten beter toegerust worden om handhaving en vergunningverlening effectief uit te voeren [1]. Er wordt aangegeven dat de vergunningverlening momenteel 'op slot' zit en dat de randvoorwaarden hiervoor met voorrang op orde moeten worden gebracht om burgers en bedrijven handelingsperspectief te bieden [3]. Daarnaast benadrukt de partij de noodzaak van samenwerking tussen het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen [2] en vindt zij dat de Rijksoverheid gemeenten voldoende financiële middelen en vertrouwen moet geven om hun taken naar behoren uit te voeren [4].
Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen fragmenten die expliciet tegen het ondersteunen van bevoegd gezagen bij de uitvoering van wetgeving zijn.
Bronnen:
"De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
"Rijk, provincie, gemeente en waterschap samenwerken. Alle provincies moeten meer plancapaciteit gaan programmeren, om het aantal gebouwde woningen te vergroten. Er worden steeds meer woningen in de fabriek gebouwd. Dit moedigen we aan en vereenvoudigen we door een landelijke goedkeuring, zodat niet elk project apart beoordeeld hoeft te worden. We maken het mogelijk om sneller belangrijke infrastructuur aan te leggen, zoals elektriciteitsvoorzieningen of bescherming tegen overstromingen. Hiervoor komt een wet of tijdelijke regeling. Provincies krijgen de taak om snel plannen op te stellen voor bescherming van diersoorten, zodat bouwen en natuur beter samengaan. Bezwaarprocedures worden korter: mensen of groepen zonder direct belang kunnen geen eindeloze vertraging meer veroorzaken. De Raad van State gaat werken met een snelle toets vooraf (zoals in Duitsland), om onnodige rechtszaken eruit te filteren."
"De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
"De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."