De regering moet een leefbaarheidsfonds oprichten voor Moerdijk. De plannen voor energie en industrie in de regio hebben namelijk grote gevolgen voor de leefbaarheid, natuur en gezondheid. Er is extra geld nodig om de welvaart en leefbaarheid in de regio te beschermen.
Motie van het lid Zalinyan c.s. over een leefbaarheidsfonds oprichten
De kamer,
overwegende dat de nationale energie- en industrieopgave in Moerdijk
grote lokale gevolgen heeft voor leefbaarheid, voorzieningen, landbouw,
natuur, bereikbaarheid, gezondheid en toekomstperspectief;
overwegende dat brede welvaart en leefbaarheid gelijktijdig, structureel
en geloofwaardig moeten worden versterkt;
verzoekt de regering een leefbaarheidsfonds op te richten met genoeg
middelen vanuit de rijksoverheid, provincie, gemeente en indien mogelijk
bedrijven om te voldoen aan de afgesproken voorwaarden voor
leefbaarheid.
Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat gemeenten en provincies moeten bezuinigen op taken zoals natuur, milieu en klimaat [1]. Er is een sterke focus op het investeren in een groene en gezonde leefomgeving [5][6] en in sectoren met een grote maatschappelijke waarde [3]. Daarnaast wordt gesteld dat een visie vanuit de overheid op de toekomst van de industrie onmisbaar is [7] en dat brede welvaart een kwalitatieve benadering van de leefomgeving vereist [4]. Ook het principe dat de vervuiler betaalt [2] ondersteunt het idee dat bedrijven kunnen bijdragen aan het oplossen van de negatieve gevolgen van industrie.
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen de oprichting van een leefbaarheidsfonds te stemmen.
Bronnen:
"We zorgen voor een definitieve demping van het financiële ravijn voor gemeenten en provincies zodat er lokaal niet bezuinigd hoeft te worden op bovenwettelijke taken zoals natuur, dierenwelzijn, milieu en klimaat."
"Nederland ontwikkelt op korte termijn een visie voor een economie die past binnen de grenzen van de planeet. Welzijn van mens en dier staat hierbij centraal. Niet de burger, maar de vervuiler betaalt. Vervuilende sectoren als petrochemie, olieraffinage, luchtvaart, de vee-industrie worden afgebouwd. Sociale en circulaire sectoren worden gestimuleerd."
"We investeren in sectoren met grote maatschappelijke waarde en lage ecologische druk, zoals zorg, onderwijs, duurzame bouw, hernieuwbare energie en reparatiesectoren. Zo wordt welzijn niet afhankelijk van koopkracht of economische groei, maar gegarandeerd als basisrecht voor iedereen."
"De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."
"De gezondheidsverschillen in Nederland worden steeds groter. Mensen met een lage opleiding en een laag inkomen, leven gemiddeld zeven jaar korter en vijftien jaar in minder goede gezondheid dan mensen met een hogere opleiding en een hoog inkomen. Tegelijkertijd groeit het aantal mensen met een chronische aandoening, van 7,8 miljoen in 2012 naar 10,4 miljoen in 2022. Ondanks dat er meer gemeenschapsgeld dan ooit naar de zorg gaat, zijn de problemen alleen maar groter geworden. Op de huidige voet kan de zorg niet verder gaan, niet qua kosten en niet qua tekorten aan zorgpersoneel. Het is tijd voor een eerlijk zorgsysteem, waar goede en betaalbare zorg dichtbij is, waar gezondheid niet afhankelijk is van je inkomen en waar de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Het is tijd voor een groene en gezonde leefomgeving, met schoon water, schone bodem en schone lucht, waar mensen niet ziek worden maar gezond zijn en blijven."
"De coronacrisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar we zijn als mens in een ongezond systeem. Een goede omgang met dieren en de natuur is letterlijk van levensbelang gebleken, en de dreiging van een nieuwe pandemie is nog altijd aanwezig. Tegelijkertijd overschrijden we de grenzen van de planeet, wat directe gevolgen heeft voor onze gezondheid. Door klimaatverandering komt hittestress vaker voor en groeit het aantal mensen met hart- en vaatziekten. Juist mensen met de laagste inkomens worden daarbij het eerst en het zwaarst getroffen. Het is ook niet rechtvaardig dat iemands gezondheid afhangt van de wijk of omstandigheden waarin iemand opgroeit, zeker als diegene daar zelf nauwelijks invloed op heeft. Chronische stress leidt vaker tot diabetes, longaandoeningen en hart- en vaatziekten. Armoede is letterlijk ziekmakend, zeker bij kinderen. Kinderen die opgroeien in een kwetsbare sociaaleconomische positie lopen vanaf jonge leeftijd meer risico op gezondheidsproblemen, ontwikkelingsachterstanden en een kortere levensverwachting. Als we dit willen veranderen, moeten we ongelijk durven investeren. We zetten vol in op de meest kwetsbare groepen, zoals kinderen, en investeren in onderwijs, in huisvesting, in inkomen en in een groene, veilige en gezonde leefomgeving."
"We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."