Luchtaanval bij Hawija en burgerslachtoffers

De regering moet benadrukken dat Nederlandse militairen rechtmatig handelden bij de luchtaanval bij Hawija. De terroristische organisatie Islamitische Staat (IS) plaatste een bommenfabriek bewust tussen de burgers. De verantwoordelijkheid voor burgerslachtoffers ligt daarom bij IS.

Motie van het lid Boon over benadrukken dat Nederlandse militairen bij de luchtaanval rechtmatig hebben gehandeld in de strijd tegen Islamitische Staat

De kamer, constaterende dat de luchtaanval bij Hawija was gericht op een bommenfabriek van de terroristische organisatie Islamitische Staat; overwegende dat de luchtaanval rechtmatig was en Islamitische Staat bewust een bommenfabriek midden tussen de burgerbevolking had gevestigd; verzoekt de regering in haar communicatie over de luchtaanval bij Hawija consequent te benadrukken dat Nederlandse militairen rechtmatig hebben gehandeld in de strijd tegen de terroristische organisatie Islamitische Staat en dat de primaire verantwoordelijkheid voor de burgerslachtoffers ligt bij Islamitische Staat.
25 juni | PVV | Aangenomen: 94–56 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij zet zich in voor de handhaving van de internationale rechtsorde [2] en streeft naar de berechting van jihadstrijders [1]. Het benadrukken van de rechtmatigheid van militaire handelingen in de strijd tegen dergelijke terroristische organisaties sluit aan bij de inzet voor internationale gerechtigheid [2].

Argumenten tegen: De partij stelt expliciet dat het humanitair oorlogsrecht niet geschonden mag worden [2]. De partij zou kunnen aarzelen om een motie te steunen die de rechtmatigheid van een aanval benadrukt als zij de naleving van het humanitair oorlogsrecht niet direct kan verifiëren [2].

Bronnen:

  1. "De ChristenUnie spant zich in voor de berechting van jihadstrijders, bij voorkeur internationaal en in de regio waar zij hun misdaden hebben gepleegd."
  2. "De ChristenUnie komt vanouds op voor internationale gerechtigheid en het handhaven van de internationale rechtsorde. Israëls recht op zelfverdediging staat overeind, maar mag niet inhouden dat het humanitair oorlogsrecht wordt geschonden. Daar waar dat gebeurt spreekt Nederland zich in Europees verband krachtig uit en treft passende maatregelen, waarbij (persoons)gerichte sancties en heroverweging van het EU-associatieakkoord niet worden uitgesloten."