Het kabinet moet de Europese chemische industrie beter beschermen. Onfair concurrentievermogen en overcapaciteit door andere landen bedreigen onze economische veiligheid. Daarom moet het kabinet in de EU snellere handelsmaatregelen gebruiken en de adviezen van de Critical Chemicals Alliance uitvoeren om de vraag naar chemische producten te vergroten.
Motie van het lid Bühler c.s. over zich binnen de EU inspannen voor een snelle inzet van effectieve handelsbeschermende instrumenten
De kamer,
overwegende dat staatsgesteunde overcapaciteit en oneerlijke concurrentie de concurrentiepositie van de Europese chemische industrie onder
druk zetten;
overwegende dat een sterke chemische industrie van strategisch belang is
voor het Nederlandse en Europese verdienvermogen en de economische
veiligheid;
overwegende dat de aanbevelingen van de Critical Chemicals Alliance
richting geven aan het versterken van de Europese chemische industrie;
constaterende dat de kabinetsaanpak economische veiligheid slechts
beperkt aandacht besteedt aan de rol van het Europese handelsinstrumentarium;
verzoekt het kabinet zich binnen de EU in te spannen voor een snelle inzet
van effectieve handelsbeschermende instrumenten, waaronder vrijwaringsmaatregelen en antidumping- en antisubsidieonderzoeken, en de rol
van het Europese handelsinstrumentarium te betrekken bij de verdere
uitwerking van de kabinetsaanpak economische veiligheid;
verzoekt het kabinet zich in Europees verband actief in te zetten voor een
spoedige uitwerking van de aanbevelingen van de Critical Chemicals
Alliance, in het bijzonder op het gebied van vraagstimulering.
Argumenten voor: De partij streeft naar een Europa waarin voor iedereen dezelfde regels gelden [2] en naar een Europa dat minder afhankelijk is van andere wereldmachten [4]. Ook het beschermen van de welvaart is een belangrijk uitgangspunt [3].
Argumenten tegen: De partij is expliciet tegen het voeren van een actieve industriepolitiek op zowel nationaal als Europees niveau [1]. De motie vraagt om de inzet van handelsbeschermende instrumenten en vraagstimulering, wat valt onder het type actieve industriepolitiek waar de partij zich tegen verzet.
Bronnen:
"Stoppen met actieve industriepolitiek op nationaal en op Europees niveau, omdat dit beleid altijd eindigt in tranen. Hierbij kunnen tijdelijk uitzonderingen gelden voor kritieke militair-industriële doelen."
"Dezelfde regels voor iedereen binnen Europa. Dus geen nationale CO2-heffingen en geen extra regels bovenop de Europese afspraken."
"De wens om voorop te lopen, vaak met symboolpolitiek, was sterker dan een werkelijke toewijding aan vermindering van de CO2-uitstoot of aan het beschermen van de Nederlandse welvaart. Dat vraagt om nieuwe maatregelen en correctie van al bestaande maatregelen."
"Europa als een grootmacht, dat minder afhankelijk is van andere wereldmachten."