Gelijk speelveld voor de industrie

De regering moet de Bedrijfseffectentoets (een onderzoek naar de gevolgen van regels voor bedrijven) uitbreiden. Er moet een toets komen op het gelijke speelveld met buurlanden. Strengere regels in Nederland dan in het buitenland zorgen namelijk voor hogere kosten en onzekerheid. De concurrentiepositie van de Nederlandse industrie staat nu al onder grote druk.

Motie van het lid Flach over de Bedrijfseffectentoets per 1 november 2026 uitbreiden met een toets op gelijk speelveld

De kamer, constaterende dat in het coalitieakkoord is afgesproken nieuw industriebeleid standaard te toetsen op de gevolgen voor het gelijke speelveld met omringende landen teneinde het tempo van de verduurzaming van industrie te borgen, maar dat hiervoor geen uniforme toets bestaat; overwegende dat een striktere nationale invulling dan in buurlanden kan leiden tot hogere kosten, langere procedures en meer onzekerheid voor bedrijven, terwijl de concurrentiepositie van onze industrie al onder grote druk staat; verzoekt de regering de Bedrijfseffectentoets per 1 november 2026 uit te breiden met een toets op gelijk speelveld bij nieuw beleid en regelgeving met substantiële gevolgen voor industriële bedrijven, waarbij in ieder geval verschillen met relevante buurlanden worden beoordeeld op gevolgen voor onder meer concurrentiepositie, kosten en werkbaarheid, waaronder verschillen in de invulling van open normen, lidstaatopties, lagere regelgeving, beleidsregels, vergunningverlening, toezicht en handhaving; verzoekt de regering tevens bij de nationale invulling van Europese beleidsruimte als uitgangspunt te hanteren dat deze niet strikter is dan in buurlanden, tenzij zwaarwegende publieke belangen anders vereisen, en afwijkingen expliciet te motiveren.
30 juni | SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma FvD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij stelt dat er gezorgd moet worden voor een gelijk speelveld, zodat Nederlandse producenten niet strenger gereguleerd worden dan hun collega's in buurlanden [1][2][3]. Ze wijzen erop dat een ongelijk speelveld ontstaat wanneer buitenlandse producten wel bepaalde middelen of methodes mogen gebruiken die voor Nederlandse producenten verboden zijn [4]. Tevens wil de partij de bureaucratie voor bedrijven verminderen [6] en beleid baseren op nationale belangen [5].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen specifieke argumenten om tegen het waarborgen van een gelijk speelveld of tegen het beschermen van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven te stemmen.

Bronnen:

  1. "Level playing field voor boeren We zorgen dat Nederlandse boeren niet strenger gereguleerd worden dan hun collega's in buurlanden, zodat zij eerlijk kunnen concurreren."
  2. "Level playing field voor boeren We zorgen dat Nederlandse boeren niet zwaarder gereguleerd worden dan collega's in buurlanden. Wanneer buitenlandse producten met bepaalde gewasbeschermingsmiddelen worden toegelaten op onze markt, moeten Nederlandse boeren die middelen ook kunnen gebruiken."
  3. "Gedwongen onteigening, 'vrijwillige' uitkoop met belastinggeld en het beperken van de veestapel horen niet thuis in een gezond landbouwbeleid. In plaats daarvan zorgen we voor een gelijk speelveld, waarbij Nederlandse boeren niet strenger gereguleerd worden dan hun collega's in het buitenland. Zo behouden we onze agrarische sector als hoeksteen van de economie én van onze nationale identiteit."
  4. "De Nederlandse landbouw en visserij zijn eeuwenlang de trots van ons land geweest: ze zorgen voor voedsel, werkgelegenheid, export en een levendig platteland. Toch worden boeren en vissers de laatste jaren systematisch onder druk gezet door een opeenstapeling van regels en Brusselse bemoeienis. De Green Deal, de EU-Nitraatrichtlijn, vangstbeperkingen en verboden op innovatie zoals pulsvisserij hebben geleid tot een ongelijk speelveld. Buitenlandse producten mogen wél met bepaalde middelen en methodes worden geproduceerd en vervolgens op onze markt belanden, terwijl Nederlandse boeren diezelfde middelen wordt ontzegd. Zo worden zij structureel op achterstand gezet. Dit is niet alleen oneerlijk, het ondermijnt ook onze voedselzekerheid en tast de basis aan van onze economie en cultuur."
  5. "Geen SDG's als leidraad voor beleid We maken de Sustainable Development Goals (SDG's) niet langer leidend voor het beleid van Rijksoverheid en lagere overheden, zodat ons beleid weer wordt gebaseerd op nationale belangen en democratische keuzes in plaats van op internationale agenda's."
  6. "Geen BTW op B2B-transacties We schrappen de BTW op transacties tussen bedrijven (zoals dat bij het verleggen van de BTW bij transacties met bedrijven in het buitenland nu al wordt gedaan), zodat de bureaucratie vermindert en de cashflowpositie van bedrijven verbetert."