Strategisch gasakkoord voor leveringszekerheid

De regering moet met gasbedrijven zoals Shell en Gasunie een strategisch gasakkoord sluiten. Gasopslagen moeten als strategische reserve worden gebruikt en installaties in Groningen mogen niet worden afgebroken. Dit is nodig om de levering van gas in Nederland veilig te houden. Nederland is namelijk nog steeds afhankelijk van aardgas.

Motie van het lid Van den Berg over in gesprek gaan over een strategisch gasakkoord

De kamer, constaterende dat Nederland ook de komende jaren afhankelijk blijft van aardgas voor leveringszekerheid; constaterende dat het Groningenveld is gesloten, maar dat onomkeerbare ontmanteling de nationale noodopties verder beperkt; overwegende dat gasopslagen, lng-importcapaciteit en resterende ondergrondse infrastructuur strategisch van belang zijn nu Groningen als swing producer is weggevallen; overwegende dat bestaande gasopslagen een hybride functie kunnen vervullen als seizoensopslag én strategische reserve; verzoekt de regering met de NAM, Shell, ExxonMobil, EBN, Gasunie/GTS en beheerders van gasopslagen in gesprek te gaan over een strategisch gasakkoord waarin gasopslagen als strategische reserve worden benut en relevante Groningen-installaties, waar technisch en veiligheidskundig verantwoord, met stikstof worden geconserveerd en onomkeerbare ontmanteling wordt voorkomen totdat de Kamer hierover heeft besloten, en de Kamer hierover voor november 2026 te informeren.
30 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij streeft naar het vergroten van de strategische autonomie [1][5] en het versterken van de nationale weerbaarheid [3]. Het behouden van essentiële infrastructuur en het voorkomen dat Nederland kwetsbaar wordt [4], sluit aan bij de wens om strategische ketens te beschermen [2]. Daarnaast pleit de partij voor een energietransitie gebaseerd op bewezen technologieën [6] en een slimmere koppeling tussen opwek, opslag en verbruik [7], wat het gebruik van bestaande gasopslag als strategische reserve ondersteunt.

Argumenten tegen: De partij zet in op een energietransitie [6] en de opschaling van alternatieve energiebronnen zoals waterstof, biogas en kleine modulaire kerncentrales [7], wat zou kunnen duiden op een voorkeur voor het niet langer investeren in gasgerelateerde infrastructuur.

Bronnen:

  1. "Versterking van de Nederlandse defensie-industrie en strategische autonomie;"
  2. "Bescherming strategische ketens tegen afvloeiing. De overheid moet actief voorkomen dat toeleveranciers in essentiële ketens (zoals chipproductie, defensie, scheepsbouw, agrofood en bouwmaterialen) verdwijnen naar het buitenland."
  3. "Deze koers zorgt ervoor dat Nederland niet alleen een kenniseconomie is, maar ook een maakland blijft: innovatief, weerbaar en regionaal verankerd."
  4. "De Nederlandse industrie staat onder druk. Klimaatbeleid maakt productie duurder en complexer, terwijl internationale concurrenten met lagere standaarden wél ruimte krijgen. Hierdoor verdwijnen essentiële maakbedrijven naar lagelonenlanden of raken strategische ketens versnipperd. Dat maakt Nederland kwetsbaar."
  5. "BBB vindt dat Nederland moet blijven maken en bouwen. De industrie is onmisbaar voor de voedselproductie, woningbouw, energietransitie, defensie, maritieme slagkracht en de regionale economie. Zonder sterke industrie géén strategische autonomie, geen fatsoenlijke werkgelegenheid en geen duurzame toekomst. We vinden het belangrijk om te investeren in sectoren met zowel civiele als militaire toepassingen om zowel de economische als defensieve slagkracht te versterken."
  6. "Een Deltaplan voor energietransitie. Er komt een Deltaplan voor energietransitie gebaseerd op bewezen technologieën, met expliciete afweging van invloed op industriebeleid, armoede, verdienvermogen en strategische autonomie."
  7. "Investering in onderzoek naar en opschaling van alternatieven. Daarbij kijken we onder andere naar (zeer) kleine modulaire kerncentrales (SMRs), decentrale biogasinstallaties, waterstofproductie en restwarmtebenutting en een slimmere koppeling tussen opwek, opslag en verbruik, bij voorkeur dicht bij elkaar geplaatst."