De regering moet de indirectekostencompensatieregeling (IKC) in 2027 ook openstellen voor de raffinagesector. Door hoge kosten worden nu belangrijke projecten stopgezet. Dit brengt de economische en militaire veiligheid van Nederland in gevaar.
Motie van het lid Müller c.s. over de indirectekostencompensatieregeling in 2027 ook openstellen voor de raffinagesector
De kamer,
constaterende dat de raffinagesector geen toegang heeft tot de indirectekostencompensatieregeling, terwijl de sector wel in de IKC-richtsnoeren
van de Europese Commissie is opgenomen en andere lidstaten de sector
toestaan;
overwegende dat de raffinagesector eveneens wordt geconfronteerd met
hoge kosten, dat verschillende raffinaderijen mede hierom hun projecten
hebben moeten stopzetten en dat deze de sector van groot belang is voor
onze strategische autonomie en de economische en militaire veiligheid
van Nederland;
verzoekt de regering de indirectekostencompensatieregeling voor de
nieuwe openstellingsronde in 2027, conform de IKC-richtsnoeren van de
Europese Commissie, ook open te stellen voor de raffinagesector.
Argumenten voor: De partij geeft aan dat voor fossiele bedrijven die een cruciale rol vervullen voor de samenleving een afbouwpad moet komen [4].
Argumenten tegen: De partij wil alle overheidssteun aan de oude industrie staken [2] en alle fossiele subsidies volledig afschaffen [9504, 10820]. Daarnaast streeft de partij ernaar om de focus van de Nederlandse industrie te verleggen van de huidige energie-intensieve basisindustrie naar een hoogwaardige maakindustrie [3]. Ook wil de partij alle uitzonderingen binnen de CO₂-heffing voor de industrie wegnemen, zodat de gehele industrie in gelijke mate wordt gevraagd te verduurzamen [1].
Bronnen:
"We nemen alle uitzonderingen binnen de CO₂-heffing voor de industrie weg. Zo wordt alle industrie in gelijke mate gevraagd te verduurzamen. We pakken dit Europees aan."
"We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."
"In een tijdperk van klimaatverandering en geopolitieke spanningen is een strategische, duurzame Europese industrie essentieel. We kiezen voor een Europees industriebeleid met een productie op plaatsen waar voldoende ruimte en betaalbare groene energie beschikbaar is en met een slimme spreiding. Nederland richt zich daarbij op een hoogwaardige maakindustrie in plaats van de huidige energie-intensieve basisindustrie. Dat is beter voor het klimaat, de netcapaciteit, de gezondheid en de Nederlandse economie."
"Voor andere fossiele bedrijven die simpelweg niet kunnen vergroenen en geen cruciale rol vervullen voor de samenleving moet een afbouwpad komen."