Genoeg geld voor taken van gemeenten

De regering moet bij toekomstige onderzoeken naar het gemeentefonds ook kijken naar de totale omvang van het fonds. Het geld moet namelijk passen bij de wettelijke en maatschappelijke taken van gemeenten. Een eerlijkere verdeling is niet genoeg als er simpelweg te weinig geld beschikbaar is.

Motie van het lid Vermeer over bij onderzoeken naar de verdeling van het gemeentefonds de omvang van het gemeentefonds meenemen in relatie tot het gemeentelijke takenpakket

De kamer, constaterende dat het vervolgonderzoek naar het gemeentefonds zich enkel richt op de verdeling van bestaande middelen; overwegende dat een eerlijkere verdeling van te weinig geld nog steeds te weinig geld blijft; overwegende dat gemeenten alleen goed kunnen functioneren als de omvang van het gemeentefonds past bij hun wettelijke en maatschappelijke taken; verzoekt de regering om bij toekomstige onderzoeken naar de verdeling van het gemeentefonds ook nadrukkelijk de omvang van het gemeentefonds in relatie tot het gemeentelijke takenpakket mee te nemen.
1 juli | BBB | Aangenomen: 83–67 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil het financiële ravijn voor gemeenten dempen om te voorkomen dat er op taken zoals natuur en klimaat moet worden bezuinigd [1]. Daarnaast wordt gesteld dat wanneer taken worden overgedragen aan gemeenten, deze overheden financieel voldoende toegerust moeten zijn om deze taken goed uit te voeren [2]. Ook voor specifieke dossiers zoals de jeugdzorg [3][6], de huisvesting van statushouders [4] en het voorkomen van schulden [5] wordt gepleit voor voldoende middelen en budget.

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om de omvang van het gemeentefonds los te zien van de taken die bij gemeenten liggen.

Bronnen:

  1. "We zorgen voor een definitieve demping van het financiële ravijn voor gemeenten en provincies zodat er lokaal niet bezuinigd hoeft te worden op bovenwettelijke taken zoals natuur, dierenwelzijn, milieu en klimaat."
  2. "Taken en verantwoordelijkheden van de landelijke overheid kunnen alleen aan provincie of gemeente worden overgedragen onder scherpe voorwaarden. De taak moet zich ervoor lenen en de overheden die de nieuwe taak erbij krijgen moeten voldoende zijn toegerust - financieel, maar ook qua expertise en menskracht - om deze goed uit te voeren."
  3. "De jeugdzorg is na de decentralisatie naar gemeentes achteruitgegaan. De kosten voor jeugdzorg zijn sterk gestegen omdat er meer en meer complexe zorg wordt ingezet en het aantal jeugdigen in de zorg toeneemt. Gemeenten krijgen daarom voldoende geld om goede jeugdzorg aan te bieden. Tegelijk is het nodig om meer in te zetten op preventie en ondersteuning van het gezin en op school. Voor kinderen in de pleegzorg is een stabiele en liefdevolle omgeving van essentieel belang om goed op te groeien, liefst bij pleegouders en anders in een gezinshuis. Helaas staat de pleegzorg onder grote druk: de werkdruk voor medewerkers is heel hoog en daardoor is het verloop groot."
  4. "De huisvesting van statushouders en vluchtelingen vindt zorgvuldig plaats: we zorgen voor evenredige en rechtvaardige verdeling over gemeenten, waar het kan op wijkniveau. Dat betekent dat ook rijkere gemeenten hun eerlijke aandeel leveren. Daarnaast zetten we in op kleinschalige mengvormen waarbij bijvoorbeeld studenten en nieuwkomers een wooncomplex delen, en projecten waarbij vluchtelingen met een bepaalde beroepsachtergrond worden gekoppeld aan potentiële lokale werkgevers. Hier zorgen we voor voldoende begeleiding, zodat dit leidt tot betere integratie en wederzijds begrip in de wijk. Gemeenten moeten (financieel) in staat gesteld worden hier zo veel mogelijk het voortouw in te nemen."
  5. "We zetten, naast het verhelpen van schulden, veel meer in op vroegsignalering om te voorkomen dat betalingsachterstanden uitgroeien tot problematische schulden. Gemeenten krijgen meer budget en inhoudelijke ondersteuning voor het omgaan met signalen over startende financiële problemen."
  6. "Kinderen, gezinnen en scholen krijgen op een eerder moment ondersteuning om erger te voorkomen. Hiervoor komt extra geld beschikbaar. Verschillen tussen gemeenten in aanbod en kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. We zorgen dat elke gemeente voldoende middelen heeft voor een goed en gelijkwaardig georganiseerde lokale en bovenregionale jeugdzorg. De leeftijdsgrens gaat naar 21 jaar en de jeugdhulp wordt vanaf 18 jaar geleidelijk afgebouwd. Zorg wordt lokaal aangeboden waar dat kan en (boven)regionaal waar dat moet."