De regering moet onderzoeken welke taken kunnen worden teruggegeven aan het Rijk of anders kunnen worden ingericht. Gemeenten hebben de afgelopen jaren te veel nieuwe taken gekregen. Hierdoor verwachten veel gemeenten in de toekomst geldtekorten. Er moet een betere balans komen tussen de taken van gemeenten en het geld dat zij beschikbaar hebben.
Motie van het lid Schenk over onderzoeken welke taken van gemeenten kunnen worden teruggebracht naar het Rijk
De kamer,
constaterende dat gemeenten de afgelopen jaren omvangrijke extra taken
hebben gekregen;
constaterende dat veel gemeenten structurele financiële tekorten
verwachten de komende jaren;
overwegende dat een structureel financieel gezonde gemeentelijke
huishouding vraagt om een evenwicht tussen taken, verantwoordelijkheden en beschikbare middelen;
verzoekt de regering te onderzoeken welke taken van gemeenten kunnen
worden teruggebracht naar het Rijk dan wel anders kunnen worden
ingericht om de financiële positie van gemeenten structureel te verbeteren, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat voor taken die het Rijk bij decentrale overheden belegt, er gezorgd moet worden dat zij deze taken ook kunnen uitvoeren, inclusief de benodigde financiële middelen [1]. Er wordt gepleit voor een gelijkwaardige verhouding tussen het Rijk en decentrale overheden, waarbij meer ruimte in de regelgeving, een lagere verantwoordingslast en meerjarige, betrouwbare financiële afspraken essentieel zijn [2]. Daarnaast wil de partij de verantwoordingslast verminderen door specifieke uitkeringen (SPUK's) over te hevelen naar het Gemeente- of Provinciefonds [4]. Tot slot wordt een gegarandeerde ondergrens voor de autonome gemeentelijke begrotingen gewenst om de autonomie en investeringsruimte van gemeenten te waarborgen [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen specifieke argumenten om het onderzoek naar het terugbrengen van taken naar het Rijk tegen te houden.
Bronnen:
"Het Rijk moet investeren in sterke interbestuurlijke samenwerking. Bij het begin van de nieuwe regeerperiode maakt het kabinet afspraken met de gemeenten, provincies en waterschappen over de uitvoering van bestaand beleid en de nieuwe plannen in het regeerakkoord. Voor taken die het Rijk bij decentrale overheden belegt, moet worden gezorgd dat decentrale overheden deze taken ook kunnen uitvoeren, waaronder fatsoenlijke financiële middelen."
"De gemeente is de eerste overheid. Het CDA pleit voor gelijkwaardige samenwerking en verhouding tussen Rijk en decentrale overheden, waarin iedere bestuurslaag verantwoordelijkheid neemt én levert. Dat vergt meer ruimte in de regelgeving om lokaal te doen wat lokaal nodig is, een lagere verantwoordingslast, en meer ruimte voor de menselijke maat in beleid. Regels en financiële afspraken moeten meerjarig en betrouwbaar zijn."
"In de afspraken tussen Rijk en gemeenten komt een gegarandeerde ondergrens voor de autonome ruimte van gemeentelijke begrotingen: het samenlevingsdeel. Dit samenlevingsdeel waarborgt autonomie van gemeenten en daarmee ruimte voor investeringen in sport, cultuur, verenigingen, vrijwilligers en buurtprogramma's die de lokale samenleving versterken."
"Zoveel mogelijk Specifieke Uitkeringen (SPUK's) voor gemeenten en provincies worden overgeheveld naar het Gemeente- of Provinciefonds waarbij prestatieafspraken worden gemaakt, waardoor de verantwoordingslast vermindert."