Duidelijke regels voor hulp in het stemhokje

De regering moet de groep mensen die hulp nodig heeft in het stemhokje duidelijker omschrijven. Het nieuwe wetsvoorstel is nu te vaag. Hierdoor kunnen stembureaus en gemeenten verschillend oordelen over wie hulp krijgt. Er zijn landelijke regels en duidelijke criteria nodig voor een gelijk aanbod.

Motie van het lid Schilder over de doelgroep waarvoor ondersteuning in het stemhokje is bedoeld nader afbakenen

De kamer, constaterende dat het wetsvoorstel terecht de mogelijkheid van ondersteuning in het stemhokje uitbreidt tot kiezers die om andere redenen dan een lichamelijke beperking hulp behoeven; overwegende dat de doelgroep waarvoor deze regeling is bedoeld in het wetsvoorstel echter niet nader is afgebakend; overwegende dat dit kan leiden tot uiteenlopende beoordelingen en uitvoeringspraktijken tussen stembureaus en gemeenten; overwegende dat in verschillende andere Europese landen wel gebruik wordt gemaakt van een objectievere afbakening van de doelgroep die voor ondersteuning in aanmerking komt; verzoekt de regering de doelgroep waarvoor ondersteuning in het stemhokje is bedoeld nader af te bakenen en hiervoor uniforme landelijke criteria en handvatten voor de uitvoeringspraktijk vast te stellen.
1 juli | Markusz | Verworpen: 15–135 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar betere toegankelijkheid voor mensen met een beperking [1] en vindt dat de overheid actief moet toetsen op het wegnemen van drempels en het vergroten van transparantie [3]. Daarnaast is er een streven om doelgroepen beter af te bakenen [2].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen een betere afbakening van een doelgroep of tegen uniforme landelijke criteria te stemmen.

Bronnen:

  1. "We willen betere toegankelijkheid voor mensen met een beperking zoals in het openbaar vervoer, op de arbeidsmarkt en in gebouwen. Zowel de gemeente, de provincie als het Rijk zijn verantwoordelijk voor de implementatie van het VN-verdrag en dienen hier maatregelen voor op te nemen in hun eigen beleid."
  2. "Ondernemersfaciliteiten moeten worden gebruikt door de doelgroep. Dat vraagt betere afbakening."
  3. "Het Rijk heeft een voorbeeldfunctie en toetst actief het eigen beleid op uitsluiting, vooroordelen en het wegnemen van drempels. De overheid draagt bij aan bewustwording en transparantie."