Nieuwe ondergrens in het AERIUS-model

De regering moet in oktober 2026 bij de vernieuwing van het AERIUS-model een rekenkundige ondergrens van 1 mol invoeren. AERIUS is het rekenprogramma voor stikstofuitstoot. Wetenschappers pleiten voor de snelle invoering van deze ondergrens.

Motie van het lid Van der Plas over een rekenkundige ondergrens van 1 mol invoeren bij de AERIUS-actualisatie in oktober

De kamer, overwegende dat wetenschappers pleiten voor een snelle invoering van een rekenkundige ondergrens van minimaal 1 mol; verzoekt de regering bij de actualisatie van AERIUS in oktober 2026 een rekenkundige ondergrens van 1 mol in te voeren.
1 juli | BBB | Verworpen: 52–98 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil afstappen van ingewikkelde berekeningen over de exacte locatie waar stikstof terechtkomt en wil zich in plaats daarvan richten op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot [2]. Daarnaast wordt aangegeven dat sturen op de neerslag van stikstof (depositie) onwerkbaar is gebleken, omdat het herleiden van deze waarden naar specifieke bedrijven uiterst ingewikkeld en onzeker is [1].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen specifieke argumenten tegen het invoeren van een rekenkundige ondergrens in de AERIUS-berekeningen.

Bronnen:

  1. "Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
  2. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."