Geen uitkoop voor frauderende boeren

De regering moet voorkomen dat boerenbedrijven die de wet overtreden, worden uitgekocht met belastinggeld. Bedrijven die frauderen met mestregels of dierenwelzijn mogen niet worden betaald om te stoppen. In plaats daarvan moet de overheid streng handhaven en de vergunningen van deze bedrijven intrekken.

Motie van het lid Ouwehand over voorkomen dat bedrijven na ernstige overtredingen worden uitgekocht

De kamer, constaterende dat bij sommige veehouderijbedrijven ernstige overtredingen of fraude zijn vastgesteld op het gebied van de mestregels, natuurwetgeving of dierenwelzijn, maar dat zulke bedrijven toch in aanmerking blijken te komen voor uitkoopregelingen; van mening dat het ongewenst is om belastinggeld te steken in de uitkoop van frauderende of wetsovertredende veehouderijbedrijven terwijl er ook handhavend kan worden opgetreden en vergunningen kunnen worden ingetrokken; verzoekt de regering ervoor te zorgen dat wordt voorkomen dat veehouderijbedrijven waarbij ernstige overtredingen zijn vastgesteld met belastinggeld worden uitgekocht, maar dat bij zulke bedrijven handhavend wordt opgetreden en vergunningen worden ingetrokken.
1 juli | PvdD | Verworpen: 30–120 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat de overheid normen moet stellen en handhaven op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid, waarbij omgevingsdiensten beter toegerust moeten worden om handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken [2]. Voor het dierenwelzijn geldt eveneens dat er eisen gesteld en gehandhaafd moeten worden [1]. Daarnaast stelt de partij dat er in het beleid veel minder nadruk moet liggen op de opkoop van boerenbedrijven, omdat sturen op emissies en doelen effectiever is en minder belastinggeld kost [4]. Ook wordt vermeld dat bedrijven die gebruikmaken van overheidssteun, de internationale normen rondom maatschappelijk verantwoord ondernemen moeten naleven [5].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen directe argumenten om tegen de motie te stemmen, hoewel er wel wordt gesproken over het ondersteunen van boeren met financiële prikkels om aan eisen te voldoen [1] en het beschikbaar stellen van extra middelen om boeren te helpen bij de transitie [3].

Bronnen:

  1. "Mensen hebben de verantwoordelijkheid en de plicht om op een goede manier met dieren om te gaan. Voor de dierhouderij betekent dit dat er eisen worden gesteld (en gehandhaafd) aan dierenwelzijn met betrekking tot het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag. Boeren worden bij dit traject naar het voldoen aan de (wettelijke) verplichting, geholpen met voorlichting en met financiële prikkels. Er is ook aandacht voor weidegang, het voorkomen van stalbranden, het terugdringen van het gebruik van antibiotica, regels rond transport van dieren en het naleven van de regels in slachthuizen. Voor consumenten moet de registratie van huisdieren verbeterd worden, malafide handel op online platforms worden aangepakt en dierenleed worden bestreden."
  2. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  3. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
  4. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  5. "Er is in onze economie geen enkele plaats voor kinderarbeid en uitbuiting. De Wet Zorgplicht Kinderarbeid, die al door beide Kamers is aangenomen, wordt met spoed uitgevoerd. Producten waarvan de productie in strijd is met internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, kinderarbeid of milieu, worden geweerd, óók als dat de exit van platforms als Temu en AliExpress uit Nederland betekent. Het uitgangspunt wordt dat bedrijven die van overheidssteun gebruikmaken, de OESO-normen rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven en naleven."