Betere steun voor families van militairen

De regering moet zorgen voor meer contact tussen de families van Defensiemedewerkers. Ook moeten mensen met ervaring (ervaringsdeskundigen) vaker worden ingezet bij de ondersteuning. Contact met lotgenoten helpt deze families om sterker te worden en elkaar steun te bieden.

Motie van de leden Jagtenberg en Peter de Groot over structureel contact tussen thuisfronten van Defensiemedewerkers faciliteren en ervaringsdeskundigen actief betrekken bij ondersteuning en voorbereiding

De kamer, constaterende dat het thuisfront de stille kracht achter iedere militair is; constaterende dat bestaande ondersteuning voor het thuisfront vooral gericht is op informatie en activiteiten, terwijl structurele verbinding en ervaringsuitwisseling tussen thuisfronten beperkt aanwezig is; overwegende dat contact met lotgenoten en de inzet van ervaringsdeskundigen kunnen bijdragen aan herkenning, weerbaarheid en onderlinge steun binnen het thuisfront; verzoekt de regering structureel contact tussen thuisfronten van Defensiemedewerkers te faciliteren, ervaringsdeskundigen actief te betrekken bij ondersteuning en voorbereiding, en samen met Defensie en bestaande organisaties in te zetten op verbinding, onderlinge steun en kennisdeling.
2 juli | D66, VVD | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (onzeker, 65%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat militairen de sterkste kracht van het land zijn en dat zij meer erkenning verdienen [1]. Daarnaast zet de partij zich specifiek in voor de nazorg voor veteranen [1].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen de ondersteuning van het thuisfront of de facilitering van contact tussen thuisfronten pleiten.

Bronnen:

  1. "Onze sterkste kracht zijn onze militairen. Met hun inzet maken ze het verschil. Mensen die zich dag en nacht voor onze veiligheid inzetten, vaak in gevaarlijke omstandigheden, verdienen meer erkenning en beloning. We staan voor een diverse en inclusieve krijgsmacht en blijven ons inzetten voor de nazorg voor veteranen."