De regering moet een beroepsbehoudprogramma onderzoeken voor beroepsmilitairen. Hierin moeten minimaal 250 burgerbanen bij Defensie worden opgenomen. Veel militairen vertrekken omdat de combinatie van werk, reistijd en thuis zorgen te zwaar is. Een tijdelijke burgerfunctie biedt een betere werk-privébalans, waardoor militairen langer bij de krijgsmacht blijven.
Motie van het lid Van Lanschot over een "beroepsbehoudprogramma" voor beroepsmilitairen onderzoeken
De kamer,
van mening dat verbeteren van het behoud van onze 42.000 beroepsmilitairen essentieel is om de krijgsmacht met 15.000 beroeps uit te kunnen
breiden per 2030;
constaterende dat beroepsmilitairen in de Stand van Defensie 2025 als
belangrijkste vertrekreden (in 52% van de gevallen) de combinatie tussen
werk, reistijd en thuis noemen;
overwegende dat sommige levensfases, zoals het opvoeden van jonge
kinderen of het mantelzorgen voor een naaste, uitdagend zijn om te
combineren met een baan als beroepsmilitair en voor extra druk op het
thuisfront zorgen;
overwegende dat een aantal jaar een burgerfunctie bij Defensie (met een
betere werk-privébalans) kunnen vervullen het voor deze militairen
aantrekkelijker maakt om daarna weer terug te kunnen keren als beroeps;
constaterende dat er in het personeelsbeleid van Defensie op basis van
individueel maatwerk aandacht voor is, maar dat een programmatische
schaal ontbreekt, terwijl de omvang van het burgerpersoneel (25.000
medewerkers) daar genoeg relevante banen voor zou moeten kunnen
bieden;
verzoekt de regering om in overleg met de vakbonden een «beroepsbehoudprogramma» voor beroepsmilitairen te onderzoeken, van minstens
250 banen binnen de bestaande burgerformatie van Defensie, en de
Kamer hierover in Q4 2026 te informeren.
Argumenten voor: De partij zet in op het binden en boeien van personeel in verschillende sectoren door te investeren in goede arbeidsvoorwaarden, werkroosters en het aanpakken van werkdruk om uitstroom te voorkomen [1][2].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die een tegenstand bieden tegen het verbeteren van de werk-privébalans of het aanpakken van personeelstekorten bij Defensie.
Bronnen:
"We investeren flink in zorgverleners door ruimte voor (bij)scholing, goede arbeidsvoorwaarden en een salaris waar goed van rond te komen is. De loonkloof van helpenden en verzorgenden ten opzichte van werk in andere sectoren wordt gedicht. Daarnaast krijgen zorgmedewerkers meer te zeggen over de inhoud van hun werk en werkroosters. Zo wordt het ook voor jongeren aantrekkelijker om een baan in de zorg te kiezen én er daadwerkelijk te blijven. Medisch specialisten komen in loondienst."
"Leerkrachten in ieder onderwijstype ervaren een te hoge werkdruk en moeten daarom weer voldoende tijd te krijgen om lessen voor te bereiden en gemaakt werk te beoordelen, leerlingen te begeleiden en zichzelf en hun vak te ontwikkelen. De uitstroom van nieuwe leerkrachten is nu te hoog, en dat is een slechte zaak. De uitval kan verminderd worden wanneer er meer tijd en geld is voor werkdrukverlichting, begeleiding en coaching, waardoor onze gepassioneerde leraren enthousiast blijven over hun vak."