Gelijke regelingen voor BSB-militairen

De regering moet de regelingen voor militairen van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) verbeteren. Deze militairen beveiligen diplomaten in gevaarlijke gebieden. Nu krijgen zij vaak andere toelagen of nazorg dan militairen bij reguliere uitzendingen. Dit is niet eerlijk, omdat zij dezelfde risico's lopen. De regering moet de verschillen tussen Defensie en Buitenlandse Zaken herstellen.

Motie van het lid Nanninga over het repareren van ongerechtvaardigde verschillen tussen militairen onder verantwoordelijkheid van Defensie en die onder verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken

De kamer, constaterende dat militairen van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten onder meer worden ingezet voor de beveiliging van diplomaten en Nederlandse vertegenwoordigers in hoogrisicogebieden; overwegende dat deze militairen tijdens dergelijke inzet kunnen worden blootgesteld aan aanzienlijke risico’s; overwegende dat de BSB’ers die onder verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken worden ingezet, op onderdelen niet altijd onder dezelfde toelagen-, uitzend-, rusttijden-, nazorg- en erkenningsregelingen vallen als militairen die op reguliere Defensie-uitzending zijn; overwegende dat het onwenselijk zou zijn als militairen die vergelijkbare risico’s lopen door een bestuurlijke constructie tussen Defensie en Buitenlandse Zaken rechtspositioneel of qua erkenning tussen wal en schip vallen; verzoekt de regering tevens om, waar sprake is van ongerechtvaardigde verschillen, voorstellen te doen om deze te repareren, en de Kamer hierover te informeren.
2 juli | JA21 | Aangenomen: 79–71 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat militairen en hun naasten persoonlijke offers brengen voor de veiligheid, wat de samenleving verplicht om hen goede ondersteuning te bieden via goed personeelsbeleid en goede veteranenzorg [1]. De motie vraagt specifiek om het repareren van onrechtvaardige verschillen in regelingen rondom toelagen, rusttijden en nazorg, wat direct aansluit bij de wens voor goed personeelsbeleid [1]. Bovendien benadrukt de partij dat de inzet van de krijgsmacht onderdeel is van een integrale benadering in samenwerking met diplomatie [2][3], wat de context van de inzet van militairen voor de beveiliging van diplomaten verklaart.

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om tegen het verbeteren van de rechtspositionele regelingen of de ondersteuning van militairen te stemmen.

Bronnen:

  1. "Militairen en hun naasten brengen persoonlijke offers voor onze veiligheid. Dit verplicht de samenleving om militairen, hun thuisfront en veteranen goede ondersteuning te bieden in de vorm van goed personeelsbeleid en goed(e) veteranenzorg en -beleid. Met de groei van defensie, groeit de geestelijke verzorging navenant mee."
  2. "De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."
  3. "Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."