De regering moet de samenwerking in Defport zo inrichten dat de defensie-industrie sneller kan groeien en innoveren. Dit moet door actieplannen te maken, nieuwe contracten te ontwikkelen en knelpunten op te lossen. Ook moet de 4TU (een samenwerkingsverband van technische universiteiten) een eigen plek krijgen om technologische vernieuwing te versnellen.
Motie van het lid Van Lanschot over pragmatische inrichting van governance en besluitvorming leidend laten zijn bij het vormgeven van de samenwerking in Defport
De kamer,
constaterende dat de gevraagde herziening van Defensie Strategie voor
Industrie en innovatie (D-SII) vormgegeven wordt via een Nationaal
Programma Defensie Industrie en Innovatie (NPDII), dat opgeleverd wordt
in Q3 2026 en waar de industrie, onderwijs en regio intensief bij betrokken
worden;
constaterende dat de publiek-private samenwerking in Defport als
vliegwiel zou moeten dienen voor het transformationeel opschalen van de
defensie-industrie;
overwegende dat Defport zich zou moeten richten op:
• het opstellen van een actieplan om de NPDII te vertalen naar resultaten;
• het bijdragen aan technologieroadmaps waarop de industrie kan
inspelen;
• het helpen vormgeven van de Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit;
• het ontwikkelen van innovatieve contractvormen (inclusief langetermijncommitment en financiering) en versnellen van aanbestedingsprocedures;
• het identificeren, coördineren en helpen adresseren van (operationele)
knelpunten bij het opschalen van de waardeketens van de
defensie-industrie;
overwegende dat de governance en besluitvorming van Defport pragmatisch moeten worden ingericht en in de samenstelling de 4TU zelfstandig
vertegenwoordigd zou moeten zijn om kortcyclische innovatie te
bespoedigen;
verzoekt de regering om deze overwegingen leidend te laten zijn bij het
vormgeven van de samenwerking in Defport en de Kamer daarover
uiterlijk in Q3 2026 te informeren,
kst-27830-500
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 830, nr. 500
1.
Argumenten voor: De partij wil een innovatieve Nederlandse en Europese defensie-industrie uitbouwen en de productiecapaciteit vergroten [3]. Om de opschaling van de defensie-industrie te realiseren, wil de partij afspraken maken met een langjarig perspectief voor bedrijven [1]. Daarnaast streeft de partij naar het vereenvoudigen van regelgeving rondom voorfinanciering en inkoop [3], wat direct aansluit bij de wens in de motie om innovatieve contractvormen (inclusief financiering) en versnelde aanbestedingsprocedures te ontwikkelen. Ook de in de motie genoemde samenwerking tussen industrie, onderzoek en regio's sluit aan bij de plannen van de partij voor gezamenlijke innovatieprogramma's met het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen [2] en de betrokkenheid van regionale ontwikkelingsmaatschappijen [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen de motie ingaan.
Bronnen:
"Voor de realisatie van de opschaling defensie-industrie komen er op korte termijn afspraken met langjarig perspectief om industrie en bedrijven (gedeeltelijk) te laten omschakelen naar kritische productie voor defensie en weerbaarheid. Dit gebeurt samen met regionale ontwikkelingsmaatschappijen en betrokken bedrijven."
"Defensie en Economische Zaken maken een gezamenlijk innovatieprogramma met het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen. We sluiten aan bij nationale technologiestrategie en sectoragenda's voor vernieuwing van het industriebeleid."
"We zetten in op een innovatieve Nederlandse en Europese defensie-industrie en bouwen de productiecapaciteit uit. Regelgeving rond voorfinanciering en inkoop willen we vereenvoudigen. Ook maken we gebruik van het ReArm Europe-plan."