Defensie als klant voor e-SAF-brandstof

Het kabinet moet onderzoeken of Defensie de eerste grote klant kan worden van e-SAF (synthetische kerosine). Dit is nodig om brandstoftekorten bij een groot conflict te voorkomen. Door nu vraag te creëren, kan de productie van deze duurzame brandstof in Nederland goed worden opgebouwd.

Motie van het lid Bolhuis c.s. over verkennen hoe Defensie kan optreden als launching customer voor e-SAF-projecten

De kamer, overwegende dat het HCSS-rapport No Fuel, No Fight constateert dat Nederland en Europa risico lopen op ernstige brandstoftekorten in het geval van een grootschalig conflict; overwegende dat synthetische kerosine (e-SAF) de mogelijkheid biedt dit risico te verkleinen en dat de locatie van een nieuwe productiecapaciteit nu wordt bepaald; constaterende dat er initiatiefnemers in een vergevorderd stadium zijn om e-SAF in Nederland te produceren en dat een tijdige marktvraag essentieel is om deze waardeketens in Nederland te ontwikkelen; verzoekt het kabinet om met initiatiefnemers te verkennen hoe Defensie kan optreden als launching customer voor e-SAF-projecten, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag 2026 te informeren.
2 juli | PRO | Aangenomen: 118–32 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij streeft naar meer strategische autonomie en wil minder afhankelijk zijn van externe partners voor de productie van cruciale goederen [7]. Het investeren in schone energie van eigen bodem wordt gezien als een manier om de afhankelijkheid van autoritaire regimes te verminderen [4]. Daarnaast wil de partij een onafhankelijke Europese defensie-industrie opbouwen [5] en is zij van mening dat veiligheid publieke sturing vereist en niet alleen aan de markt overgelaten mag worden [1]. Het stimuleren van nieuwe energiebronnen sluit bovendien aan bij de wens om de CO2- en milieuimpact van de defensie-industrie te beperken [6] en de logistieke capaciteiten te versterken [3].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat investeringen in defensie onderdeel moeten zijn van een verantwoord investeringsplan waarbij transparantie centraal staat en verspilling of onnodige prijsstijgingen door lobby-invloeden vermeden moeten worden [2].

Bronnen:

  1. "Veiligheid vereist publieke sturing. Onze veiligheid is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten. We investeren in een onafhankelijkere, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners met wie we gezamenlijk inkopen en ontwikkelen. We specialiseren in onze sterke sectoren. Voor Nederland betekent dit investeringen in maritieme en logistieke capaciteiten en de drone-, sensor-, cyber- en ruimtevaarttechnologie. Strategisch relevante defensiebedrijven komen deels in publieke handen via staatsdeelnemingen. We gaan zo prijsopdrijving en overwinsten tegen zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid en niet eindigt in de portemonnee van wapenspeculanten."
  2. "Een verantwoord investeringsplan. Voor het opbouwen van een sterke krijgsmacht zijn forse investeringen nodig en veel tijd. Daar moet een verantwoord investeringsplan voor komen. Vooraf moet duidelijk zijn waarin we gaan investeren, of deze investeringen het internationaal humanitair recht respecteren, en of defensie en de industrie dat geld ook goed kunnen uitgeven. Daarbij streven we naar maximale openbaarheid, onderzoeken we vooraf de belangen van de defensie-industrie en leggen we transparant vast hoe we mogelijke lobby-invloeden en belangenconflicten vermijden. Zo voorkomen we verspilling en onnodige prijsstijgingen. Ook kunnen we kosten besparen met betere samenwerking in Europa bij het inkopen van munitie en wapensystemen."
  3. "Investeren in defensie. We committeren ons aan het verhogen van het defensiebudget naar 3,5% van het bbp vanwege de Russische agressie en de noodzaak om ons onafhankelijker te maken van de Verenigde Staten. De krijgsmacht wordt sterker, groter en moderner, met meer gevechtskracht op land, betere luchtverdediging en sterke maritieme en logistieke capaciteiten. We zetten in op innovatie, bijvoorbeeld op het gebied van drones. Hiermee schrikken we Russische agressie af, voldoen we aan onze NAVO-doelstellingen en kunnen we ons land beter beschermen."
  4. "Duurzame en goedkope stroom van eigen bodem. Gebruik van fossiele brandstoffen zorgt voor afhankelijkheid van landen als Rusland, Saoedi-Arabië en Qatar. Met investeringen in schone energie van eigen bodem, zoals zon en wind, maken we ons minder afhankelijk van autoritaire regimes. Ook daarom kiezen we voor ambitieus klimaatbeleid. Elektriciteit uit zon en wind wordt het motorblok van ons toekomstig energiesysteem en we bouwen de gaswinning op land en zee versneld af. We slaan energie op voor wanneer het even niet waait of de zon niet schijnt, bijvoorbeeld met behulp van batterijen. Gascentrales die draaien op groene waterstof zijn de achtervang voor langere periodes zonder wind of zon. We waken ervoor dat het uit de grond halen van zeldzame aardmaterialen die nodig zijn voor de duurzame energietransitie hier, niet ergens anders een negatieve bijdrage hebben op ecosystemen, werkomstandigheden en rechtvaardigheid. Nederland onderschrijft het belang van een non-proliferatie verdrag voor fossiele brandstoffen en spant zich in om een dergelijk internationaal verdrag te verwezenlijken."
  5. "Europese defensiesamenwerking. Defensie moet een gedeelde EUcompetentie worden; besluiten over inzet van de krijgsmacht blijven echter een nationale bevoegdheid. Integratie van de krijgsmachten zetten we voort. We bouwen een onafhankelijke Europese defensie-industrie via de gezamenlijke ontwikkeling en inkoop van wapensystemen, diensten en infrastructuur. We beschermen onszelf en onze infrastructuur tegen cyberaanvallen, desinformatie, spionage en sabotage. We bouwen onze afhankelijkheid van de VS af en plaatsen geen orders meer bij de Israëlische defensie-industrie. Vooruitlopend op toekomstig EU-lidmaatschap kan de EU Oekraïne al integreren via een Veiligheidspact op het gebied van veiligheid en defensie."
  6. "Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."
  7. "Meer strategische autonomie. De EU is voor te veel goederen te afhankelijk van externe partners. Daarom zorgen we voor meer diverse toeleveringsketens, gaan we efficiënter om met energie en grondstoffen en produceren we meer cruciale goederen zelf. We delven en verwerken grondstoffen in Europa met respect voor mensenrechten en bescherming van natuur en biodiversiteit. We investeren daarnaast in onze concurrentiepositie en onafhankelijkheid via technologie en onderzoek."