De regering moet zorgen dat crisisopvang, bemoeizorg (hulp die mensen opzoekt) en passende woon-zorg ook beschikbaar zijn in dorpen en landelijke gebieden. De hulp voor mensen met verward gedrag is nu namelijk per regio te verschillend. Ook inwoners buiten de grote steden moeten snel de juiste hulp kunnen krijgen.
Motie van het lid Van der Plas over in de landelijke aanpak borgen dat crisisopvang, bemoeizorg en passende woonzorg ook buiten de grote steden regionaal beschikbaar zijn
De kamer,
constaterende dat de aanpak van verward en onbegrepen gedrag per
regio sterk kan verschillen;
overwegende dat ook inwoners van dorpen en landelijke regio’s snel
passende hulp moeten kunnen krijgen;
verzoekt de regering om in de landelijke aanpak te borgen dat crisisopvang, bemoeizorg en passende woon-zorg ook buiten de grote steden
regionaal beschikbaar zijn.
Argumenten voor: De partij wil dat investeringen van het Rijk bijdragen aan sterke regio's en dat elke regio voldoende zorgvoorzieningen heeft om gebieden leefbaar te houden [2]. Zij streven naar zorg die dicht bij de mensen georganiseerd is [5] en willen dat posten voor spoedeisende en acute zorg in het hele land beschikbaar blijven [2][3]. Daarnaast pleit de partij voor een adequaat en landelijk dekkend systeem voor ernstig psychiatrische patiënten [6]. Ook wordt benadrukt dat mensen met verward of onbegrepen gedrag adequate begeleiding nodig hebben [1] en dat de overheid de regio's de afgelopen tijd tekort heeft gedaan [4].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Een persoon met verward of onbegrepen gedrag kan voor buren of omgeving veel overlast veroorzaken. De politie is te veel capaciteit kwijt aan overlastgevende of verwarde personen, terwijl de oorzaak voor dit lijden veelal bij tekorten in de GGZ ligt. Adequate begeleiding vanuit de GGZ of persoonlijke begeleiders is nodig om iemand zelfstandig te kunnen laten wonen. Wanneer zelfstandig wonen een brug te ver is, is een plek in een intramurale instelling noodzakelijk."
"Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
"We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg beschikbaar in het hele land. Ziekenhuizen, huisartsenposten, ambulancediensten en wijkverpleegkundige SEHinzet in minder dichtbevolkte gebieden krijgen daarvoor extra geld."
"De Rijksoverheid heeft de verschillende regio's te lang aan hun lot overgelaten en soms zelfs bewust achterstanden gecreëerd. Door te weinig te investeren in werkgelegenheid, huisvesting, bereikbaarheid of het in stand houden van het voorzieningenniveau. Of door, zoals in Groningen, alleen maar te focussen op de (financiële) belangen van de Rijksoverheid, in plaats van de belangen van de regio en haar inwoners. De Rijksoverheid staat letterlijk en figuurlijk op grote afstand van de inwoners van de Veenkoloniën, Zeeuws-Vlaanderen of Twente. En dit geldt voor veel meer regio's."
"Wij willen zorg dichtbij mensen. Veel zorg is (gelukkig) informeel en nabij: buurtbewoners die boodschappen doen voor een oudere met beginnende dementie of een groep vrijwilligers die een vervuild huis schoonmaken. Ook formele zorg moet dichtbij georganiseerd zijn. Een huisarts die zijn patiënten kent, betrokken is en goed helpt of verwijst. De wijkverpleegkundige die regelmatig langskomt en naast de zorgtaken ook tijd heeft voor een praatje. De jongen met een beperking die samen met andere kinderen kan spelen in de speeltuin. De psycholoog die in de wijk samenwerkt met andere hulpverleners."
"Ongeveer 1 op de 13 Nederlanders maakt jaarlijks gebruik van GGZ. Deze zorg is hard nodig, zeker voor de meest kwetsbare cliënten. Tegelijkertijd zijn de wachtlijsten fors en is er een gebrek aan capaciteit. Dat vraagt een andere benadering van omgaan met GGZvraagstukken om onnodige medicalisering van levensvragen tegen te gaan. Er komen meer praktijkondersteuners GGZ bij de huisarts om verergering van mentale gezondheidsproblemen en inzet van zwaardere gespecialiseerde zorg te voorkomen. Herstelacademies gerund voor en door mensen met een psychische kwetsbaarheid krijgen prioriteit in de financiering. Voor ernstig psychiatrische patiënten komt er een adequaat en landelijk dekkend systeem waarvan de financiering op beschikbaarheid wordt geregeld. Er komt een einde aan de cherry-picking door GGZinstellingen. Zorgaanbieders blijven patiënten ondersteunen in hun zoektocht naar passende zorg, ook als de zorgaanbieder zelf niet de beste zorg kan bieden."