Betrekken bedrijfsleven bij industrieel bouwen

De regering moet het bedrijfsleven en leveranciers van bouwmaterialen tijdig betrekken bij industrieel bouwen. Dit is nodig om de doelen voor 2030 te halen. Dan moet de helft van de nieuwbouw uit fabrieken komen en moeten vergunningen twee keer zo snel worden verleend.

Motie van het lid Mooiman c.s. over er zorg voor dragen dat het bedrijfsleven, producenten, leveranciers en installateurs van bouwmaterialen- en installaties tijdig worden betrokken bij het voornemen tot uitbreiding van industrieel bouwen

De kamer, constaterende dat het kabinet streeft naar 50% industrieel gebouwde nieuwbouwwoningen en een gehalveerd ontwerp- en vergunningstraject per 2030; overwegende dat goede en tijdige samenwerking met en tussen verschillende betrokken sectoren van essentieel belang is om deze doelen daadwerkelijk waar te kunnen maken; verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het bedrijfsleven en de producenten, leveranciers en installateurs van bouwmaterialen en installaties tijdig worden betrokken bij het voornemen tot uitbreiding van industrieel bouwen.
2 juli | PVV, JA21, SGP | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij moedigt het bouwen van woningen in de fabriek aan en wil dit proces vereenvoudigen [1]. Daarnaast streeft de partij naar het versnellen en versimpelen van vergunningsprocedures om vertragingen in de bouw te voorkomen [3897, 3898]. Er wordt expliciet aangegeven dat de partij wil samenwerken met de bouwsector [2] en dat een beter samenspel tussen bedrijven en andere partijen essentieel is voor innovatie en productiviteit [3]. Het tijdig betrekken van de keten (producenten, leveranciers en installateurs) sluit aan bij deze wens voor sectorale samenwerking en het versnellen van de bouw.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om tegen het tijdig betrekken van de bouwketen te stemmen.

Bronnen:

  1. "Rijk, provincie, gemeente en waterschap samenwerken. Alle provincies moeten meer plancapaciteit gaan programmeren, om het aantal gebouwde woningen te vergroten. Er worden steeds meer woningen in de fabriek gebouwd. Dit moedigen we aan en vereenvoudigen we door een landelijke goedkeuring, zodat niet elk project apart beoordeeld hoeft te worden. We maken het mogelijk om sneller belangrijke infrastructuur aan te leggen, zoals elektriciteitsvoorzieningen of bescherming tegen overstromingen. Hiervoor komt een wet of tijdelijke regeling. Provincies krijgen de taak om snel plannen op te stellen voor bescherming van diersoorten, zodat bouwen en natuur beter samengaan. Bezwaarprocedures worden korter: mensen of groepen zonder direct belang kunnen geen eindeloze vertraging meer veroorzaken. De Raad van State gaat werken met een snelle toets vooraf (zoals in Duitsland), om onnodige rechtszaken eruit te filteren."
  2. "Bouwen in risicovolle gebieden wordt vermeden, bijvoorbeeld bij een kwetsbare bodem, overstromingsgevaar of ongezond leefklimaat. Rijk en gemeenten kijken minimaal 50 jaar vooruit in de keuzes waar wel en niet wordt gebouwd. Er wordt rekening gehouden met zaken zoals lokaal klimaat, voldoende schaduw door bomen, tegengaan van verstening en stedelijke oververhitting. Inpassen van verkoelende maatregelen wordt de standaard werkwijze. We willen dat nieuwbouwwoningen niet alleen energiezuinig zijn, maar ook duurzaam gebouwd worden. Daarom werken we mee aan een nieuwe Europese rekenmethode die kijkt naar de totale impact van een woning: van de CO2 uitstoot van de gebruikte bouwmaterialen tot het energieverbruik en de energieopwekking per uur. Wie kiest voor herbruikbare (circulaire) of biobased materialen, zoals duurzaam hout of hennep, wordt daarvoor beloond. Zo stimuleren we innovatief bouwen: klimaatbestendig, natuurinclusief en kostenefficiënt. We werken samen met de bouwsector en kennisinstellingen om dit verder te ontwikkelen. Zo verlagen we de woonlasten én versterken we de positie van Nederland als koploper in duurzame bouw."
  3. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."