De regering moet het bedrijfsleven en leveranciers van bouwmaterialen tijdig betrekken bij industrieel bouwen. Dit is nodig om de doelen voor 2030 te halen. Dan moet de helft van de nieuwbouw uit fabrieken komen en moeten vergunningen twee keer zo snel worden verleend.
Motie van het lid Mooiman c.s. over er zorg voor dragen dat het bedrijfsleven, producenten, leveranciers en installateurs van bouwmaterialen- en installaties tijdig worden betrokken bij het voornemen tot uitbreiding van industrieel bouwen
De kamer,
constaterende dat het kabinet streeft naar 50% industrieel gebouwde
nieuwbouwwoningen en een gehalveerd ontwerp- en vergunningstraject
per 2030;
overwegende dat goede en tijdige samenwerking met en tussen verschillende betrokken sectoren van essentieel belang is om deze doelen
daadwerkelijk waar te kunnen maken;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het bedrijfsleven en de
producenten, leveranciers en installateurs van bouwmaterialen en
installaties tijdig worden betrokken bij het voornemen tot uitbreiding van
industrieel bouwen.
Argumenten voor: De partij wil dat het ministerie de markt uitdaagt om verantwoorde en economische woonconcepten te ontwikkelen die landelijk kunnen worden uitgerold [1]. Er is een sterke focus op het stimuleren van innovatie, waaronder modulair en prefab bouwen [2], en het grootschalig inzetten van innovatieve bouwmethoden door het harmoniseren van regels [3]. Daarnaast benadrukt de partij het belang van meer contact tussen de overheid en het bedrijfsleven [4] en stelt zij expliciet dat het ministerie contact moet onderhouden met de markt over de beschikbaarheid van materialen [5].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om tegen het betrekken van het bedrijfsleven of de focus op industrieel bouwen te stemmen.
Bronnen:
"Volt wil herhaling van duurzame woningbouwconcepten die ook in 2050 nog klimaatbestendig zijn. Niet door wijken met uniforme bouw maar door herhaling op verschillende locaties door het land. Het ministerie moet de markt uitdagen om verantwoorde en economische woonconcepten te ontwikkelen die vervolgens landelijk uitgerold kunnen worden. We vragen van gemeenten en welstandscommissies om flexibel te zijn, zodat bouwkosten en duurzaamheid niet onder druk komen te staan."
"We bouwen circulair, duurzaam en snel. Dit doen we door vol in te zetten op biobased bouwen met lokaal geproduceerde bouwmaterialen. Waar mogelijk bouwen we modulair en prefab. We stimuleren en creëren ruimte voor innovatie en lokale initiatieven om de revolutie naar biobased bouwen en het gebruik van CO₂-negatieve materialen te versnellen."
"Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening harmoniseert waar mogelijk gemeentelijke bouw- en omgevingsregels om transities te versnellen, of stelt samen met gemeenten kaders daarvoor op. Zo creëren we één landelijk stelsel van uniforme spelregels voor de (ver-) bouw van nieuwe en bestaande woningen, waarop maar heel beperkt uitzonderingen mogelijk zijn. Daarmee maken we het woningbouwbeleid eenvoudiger toe te passen en beter uitlegbaar. Ook innovatieve bouwmethoden kunnen op deze wijze sneller en vaker grootschalig worden ingezet."
"In ruil voor investeringen in randvoorwaarden en geharmoniseerde Europese regelgeving door de EU wil Volt dat bedrijven zelf een grotere maatschappelijke rol nemen. Een betere samenwerking tussen overheid, werkgevers en werknemers stimuleert een duurzaam vestigingsklimaat met binding tussen bedrijf, omgeving en maatschappij. Goede bescherming van werknemers, eerlijke bijdragen en meer contact van de overheid met het bedrijfsleven leent daar het fundament voor. Zo wordt verlies van institutionele kennis tegengegaan en wordt de bijdrage van werkgever en werknemer aan de maatschappij weer waardevol. Dat creëert een gezond, duurzaam en voorspelbaar vestigingsklimaat waar bedrijven de ruimte krijgen om te innoveren en te groeien. Zo wordt ruimte gegeven aan de kampioenen van de toekomst."
"We maken circulair bouwen de standaard via de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB), onder meer door normen voor circulair slopen via een oplopende ondergrens. Het ministerie onderhoudt contact met de markt over de beschikbaarheid en ziet toe op claims over duurzaamheid van materialen, de beoogde winst voor flora, fauna en klimaat, en realistische recycling."