De regering moet samen met kennisinstellingen een uniforme set aan indicatoren voor valorisatie maken. Er ontbreekt nu een vergelijkbaar beeld van de resultaten. Valorisatie is het omzetten van wetenschappelijk onderzoek naar economische waarde.
Motie van de leden Oualhadj en Van der Lee over een uniforme, vergelijkbare en openbaar toegankelijke set kernindicatoren voor valorisatie door universiteiten
De kamer,
constaterende dat valorisatie een wettelijke kerntaak van universiteiten is,
maar dat een uniform en vergelijkbaar landelijk beeld van de resultaten op
het gebied van economische valorisatie ontbreekt;
overwegende dat het rapport-Wennink oproept tot heldere prestatieafspraken en gestandaardiseerde monitoring en dat deze feitelijk al bestaan,
maar nog niet zijn gestroomlijnd;
verzoekt de regering om in overleg met de kennisinstellingen te komen tot
een uniforme, vergelijkbare en openbaar toegankelijke set kernindicatoren
voor valorisatie, waaronder spin-offs, licentie-inkomsten, deal terms en
vervolginvesteringen.
Argumenten voor: De partij ziet het behoud van de toppositie in het hoger onderwijs als essentieel voor de Nederlandse kenniseconomie [1]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat beleid versnipperd raakt en streeft zij naar een nationale strategie waarbij de overheid en kennisinstituten gezamenlijk optrekken [3], wat bijdraagt aan een consistent en betrouwbaar beleid [2].
Argumenten tegen: De partij streeft naar minder regeldruk [5] en wil het aantal subsidieregelingen tot een minimum beperken [4].
Bronnen:
"Nederland staat wereldwijd bekend om de hoge kwaliteit van haar hoger onderwijs. Voor ons land als kennisecono -mie is het van absoluut belang dat we deze toppositie weten te behouden. De bezuiniging op het wetenschappelijk onderwijs van €500 miljoen moet wat JA21 betreft dan ook ongedaan worden gemaakt."
"Een herwaardering door de overheid van ondernemers en werknemers, met consistent en betrouwbaar beleid."
"Versnipperd beleid en talloze loketten voor bedrijven die willen digitaliseren voorkomen met een nationale strategie waarin het bedrijfsleven gezamenlijk optrekt met de overheid en kennisinstituten."
"Het grote aantal subsidieregelingen tot een minimum beperken."
"Voor een sterke en concurrerende economie moeten ondernemers en bedrijven voldoende ruimte en prikkels krij -gen om te groeien, risico's te nemen, te innoveren en te investeren. Het bedrijfsleven creëert banen en zorgt voor innovatie. De overheid moet daarbij faciliterend optreden en vooral niet in de weg zitten. We hebben drastisch andere prioriteiten nodig. Wij kiezen daarom voor welvaart, banen, minder regeldruk en stabieler overheidsbeleid."