De regering moet de regionale Vroegefasefinanciering behouden bij de bezuinigingen op het Toekomstfonds. Dit geld komt namelijk weer terug in het fonds. Ook zorgt dit geld ervoor dat provincies meer geld investeren.
Motie van het lid Vermeer over bij de bezuinigingen op het Toekomstfonds de regionale Vroegefasefinanciering zo veel mogelijk ontzien
De kamer,
constaterende dat vanaf 2030 structureel wordt bezuinigd op het
Toekomstfonds, waaronder op de Vroegefasefinanciering;
overwegende dat de Vroegefasefinanciering een revolverend instrument
is en rijksmiddelen bovendien als hefboom werken voor provinciale
cofinanciering;
verzoekt de regering bij de uitwerking van de bezuinigingen op het
Toekomstfonds de regionale Vroegefasefinanciering en de daarbij
behorende hefboomwerking zo veel mogelijk te ontzien.
Argumenten voor: De partij wil een Toekomstfonds van 25 miljard euro inzetten om de economie een impuls te geven door te investeren in onderzoek, innovatie en infrastructuur [1][3]. De partij ziet de regio's als de motor van de groei [2] en wil dat de overheid actief meebetaalt aan baanbrekende innovaties [4]. Daarnaast benadrukt de partij dat investeringen in de economie en infrastructuur nu noodzakelijk zijn om hogere kosten op de lange termijn te voorkomen en dat medeoverheden structureel voldoende middelen moeten krijgen [5].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het programma die argumenten bieden om de financiering in de regio's of het Toekomstfonds te verminderen.
Bronnen:
"Toekomstfonds. Om de noodzakelijke investeringen in onze economie mogelijk te maken richten we een Toekomstfonds op van 25 miljard euro. Hiermee verhogen we onze productiviteit door investeringen in moderne spoorwegen, wetenschappelijk onderzoek en innovatie, de verduurzaming van onze industrie en de ontwikkeling van hoogwaardige bedrijvigheid."
"Onze regio's zijn de motor van de groei. De meest innovatieve regio's van Nederland zoals Brainport en Food Valley laten zien hoe we nu en in de toekomst ons geld kunnen verdienen. Dat moedigen we aan door investeringen in woningen en infrastructuur door te zetten en zo nodig uit te breiden."
"De economie en arbeidsmarkt van morgen. We bouwen aan een sterke, schone en sociale economie. Op de arbeidsmarkt gaan we krapte te lijf en slaan we de handen ineen met de sociale partners, het onderwijs en de regio's om te komen tot een 'werkontwikkel-aanpak'. Daarin maken we afspraken om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform. Met een Toekomstfonds van 25 miljard euro geven we de economie een impuls, door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen. We werken samen met mkb en het grootbedrijf, die met ons de stap naar een duurzame economie willen zetten."
"Investeren in onderzoek en innovatie met nationale technologiestrategie. De overheid gaat actief mee-investeren in baanbrekende innovaties: van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek op universiteiten en hogescholen tot commerciële toepassing in innovatieve bedrijven."
"Financiën van medeoverheden. Gemeenten en provincies krijgen structureel voldoende middelen om hun taken uit te voeren en een blijvende stevige financiële basis. We zorgen ervoor dat taken en middelen in balans worden gebracht door het advies van de Raad Openbaar Bestuur (Afrekenen met Disbalans) nauwgezet uit te voeren. Gemeente- en Provinciefonds groeien mee met de taken die medeoverheden hebben en krijgen - en met de reële kosten om die uit te voeren."