De regering moet Europese AI-bedrijven meer gebruiken bij overheidsopdrachten. Nu gaat veel geld voor kunstmatige intelligentie (AI) naar Amerikaanse bedrijven. Europees geld moet juist de eigen Europese industrie helpen groeien. Zo bouwen we een sterke en verantwoorde eigen sector op.
Motie van het lid Dassen over de rol als launching customer bij Europese AI-bedrijven gebruiken om een verantwoorde, Europese AI-industrie te stimuleren
De kamer,
constaterende dat een significant deel van publieke aanbestedingen van
AI-diensten belandt bij Amerikaanse aanbieders;
van mening dat Europese publieke middelen zo veel mogelijk ten goede
moeten komen aan Europese bedrijven;
verzoekt de regering haar rol als launching customer bij Europese
AI-bedrijven te gebruiken om een verantwoorde, Europese AI-industrie te
stimuleren.
Argumenten voor: De partij wil de macht van grote technologiebedrijven beperken en monopolies doorbreken door de concurrentie te bevorderen [3]. Er is aandacht voor het feit dat grote techbedrijven een semi-monopoliepositie hebben opgebouwd [4]. Daarnaast streeft de partij ernaar de eigen industrie te versterken door bedrijven te betrekken bij de aanschaf en ontwikkeling van technologie om innovatie te stimuleren [2] en wil het gebruik van AI binnen de overheid stimuleren [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Breed gebruik van AI stimuleren
We zetten kunstmatige intelligentie in binnen de overheid, zodat productiviteit stijgt en minder ambtenaren nodig zijn."
"Eigen defensieindustrie versterken We betrekken de Nederlandse defensie-industrie bij aanschaf, onderhoud en ontwikkeling van materieel,
zodat innovatie en werkgelegenheid in eigen land groeien."
"Concurrentie met Big Tech mogelijk maken We zorgen voor wetgeving en voorwaarden die concurrentie bevorderen, zodat burgers alternatieven hebben en monopolies worden doorbroken."
"Het internet begon ooit als een vrijplaats voor informatie-uitwisseling, zonder hiërarchie en zonder censuur. Iedereen kon deelnemen, nieuwe ideeën verspreiden en ongehinderd contact leggen. Inmiddels is dat ideaalbeeld ver te zoeken. Grote technologiebedrijven zoals Facebook, Google, Instagram en X hebben een semi-monopoliepositie opgebouwd. Hun platforms zijn zo dominant dat het oprichten van concurrerende alternatieven vrijwel onmogelijk is geworden. Daarmee zijn zij niet langer slechts private aanbieders, maar een wezenlijk onderdeel van de publieke ruimte geworden."