Uitvoeren van bestaande economische plannen

De regering moet eerst beslissen welke bestaande economische plannen van lokale overheden en bedrijven worden uitgevoerd voordat er nieuwe plannen komen. Wachten met investeren is niet langer mogelijk. Er is directe duidelijkheid en een tijdlijn nodig.

Motie van de leden Dassen en Van der Lee over eerst kiezen welke bestaande economische plannen wel of geen uitvoering krijgen en daarna pas nieuwe plannen maken

De kamer, constaterende dat lokale overheden en bedrijven al veel economische plannen hebben ontworpen, maar de overheid onvoldoende duidelijkheid verschaft in de vorm van middelen of waardering; overwegende dat het maken van nieuwe plannen veelal een herhaling van zetten zou zijn, terwijl we het onszelf niet kunnen veroorloven om nog langer te wachten met investeren; verzoekt de regering keuzes te maken over welke bestaande economische plannen wel of geen uitvoering krijgen, voordat zij nieuwe plannen maakt, en hierover een tijdlijn te delen met de Kamer; verzoekt de regering daarnaast om bij de uitvoering van deze plannen doelstellingen te formuleren met concrete economische indicatoren en deze actief te monitoren.
3 september | Volt, PRO | Aangenomen: 128–22 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat de overheid een visie ontwikkelt voor een economie die past binnen de grenzen van de planeet [4][1]. Ze willen dat de overheid duidelijke keuzes maakt over welke industrieën in de toekomst wel of niet een rol spelen [1] en willen subsidies voor bepaalde vervuilers stoppen [3][2][5]. Ook willen ze dat vrijblijvende afspraken worden vervangen door bindende regels en handhaving [6].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om de motie tegen te stemmen.

Bronnen:

  1. "We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."
  2. "We gaan ons meer richten op het ondersteunen van het toekomstbestendige midden- en kleinbedrijf, groene innovaties en lokale initiatieven. We stoppen met het subsidiëren van de grootste vervuilers. De vervuiler gaat betalen en de opbrengsten gebruiken we voor toekomstbestendige ondernemingen en groene innovatie."
  3. "We stoppen direct met nieuwe concessies voor gas- en olievelden, schaffen investeringssubsidies af en stoppen met uitbreiding van fossiele infrastructuur, zoals LNG-terminals, in lijn met het Fossiele Brandstof Non-Proliferatieverdrag."
  4. "Nederland ontwikkelt op korte termijn een visie voor een economie die past binnen de grenzen van de planeet. Welzijn van mens en dier staat hierbij centraal. Niet de burger, maar de vervuiler betaalt. Vervuilende sectoren als petrochemie, olieraffinage, luchtvaart, de vee-industrie worden afgebouwd. Sociale en circulaire sectoren worden gestimuleerd."
  5. "De onderhandelingen over maatwerkafspraken met één van de grootste vervuilers van Nederland, het staalbedrijf Tata Steel, worden per direct gestopt. Dat betekent geen miljardensubsidie. Het bedrijf is aantoonbaar onbetrouwbaar, misleidend en heeft jarenlang onvoldoende gedaan om omwonenden te beschermen tegen haar kankerverwekkende uitstoot."
  6. "Bedrijven moeten bijdragen aan het welzijn van mens, dier en planeet - niet er ten koste van gaan. We voeren een wettelijke zorgplicht en klimaatplicht voor bedrijven in, ook voor internationale bedrijven die in Nederland actief zijn. Vrijblijvende akkoorden en convenanten worden vervangen door bindende regels en handhaving. We zetten ons in om dit ook in Europees verband voor elkaar te krijgen."