De regering moet eerst beslissen welke bestaande economische plannen van lokale overheden en bedrijven worden uitgevoerd voordat er nieuwe plannen komen. Wachten met investeren is niet langer mogelijk. Er is directe duidelijkheid en een tijdlijn nodig.
Motie van de leden Dassen en Van der Lee over eerst kiezen welke bestaande economische plannen wel of geen uitvoering krijgen en daarna pas nieuwe plannen maken
De kamer,
constaterende dat lokale overheden en bedrijven al veel economische
plannen hebben ontworpen, maar de overheid onvoldoende duidelijkheid
verschaft in de vorm van middelen of waardering;
overwegende dat het maken van nieuwe plannen veelal een herhaling van
zetten zou zijn, terwijl we het onszelf niet kunnen veroorloven om nog
langer te wachten met investeren;
verzoekt de regering keuzes te maken over welke bestaande economische
plannen wel of geen uitvoering krijgen, voordat zij nieuwe plannen maakt,
en hierover een tijdlijn te delen met de Kamer;
verzoekt de regering daarnaast om bij de uitvoering van deze plannen
doelstellingen te formuleren met concrete economische indicatoren en
deze actief te monitoren.
Argumenten voor: De partij geeft aan dat zij "duidelijke keuzes" wil maken [2] en streeft ernaar om overheidssteun uitsluitend nog te besteden aan sectoren met groeiperspectief [1]. Daarnaast wil de partij bij subsidies meer focus leggen op projecten die op de lange termijn maatschappelijk relevant, duurzaam en rendabel zijn [3].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat er groots geïnvesteerd moet worden om de concurrentiepositie van de Europese Unie te waarborgen [4].
Bronnen:
"We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."
"De toekomst van onze economie is duurzaam, innovatief en circulair. We investeren in een nieuwe Europese industrie die goed is voor mens, natuur en klimaat. We maken duidelijke keuzes. Tata Steel gaat zo snel mogelijk dicht. Op een gezonde en betaalbare manier groen staal produceren is daar niet op korte termijn haalbaar, maar in andere Europese landen kan dat wel. Ook andere vervuilende bedrijven die niet kunnen vergroenen, faseren we zorgvuldig uit. Middelgrote en kleine bedrijven geven we extra steun bij het verduurzamen."
"We willen bij subsidiëring meer focus op projecten die op de langere termijn maatschappelijk relevant, duurzaam en rendabel zijn, maar nu niet kunnen opstarten door tekort aan fondsen en ook niet op een andere wijze gefinancierd kunnen worden. Projecten met een terugverdientijd van minder dan zeven jaar komen niet meer in aanmerking voor overheidssubsidie."
"We bouwen aan een duurzame en innovatieve economie. Terwijl de Verenigde Staten en China veel geld investeren in innovatie en de economie, dreigt de Europese Unie (EU) achter te blijven. Onderlinge concurrentie staat een sterke en innovatieve Europese economie in de weg. We moeten groots investeren in de toekomst. In een economie die klaar is voor de uitdagingen van vandaag en morgen: een snel veranderende wereld met veel technologische ontwikkelingen en klimaatuitdagingen."