Verbetering van de kapitaalmarkt

De regering moet een plan sturen om de kapitaalmarkt te verbeteren. Innovatieve bedrijven en grote industriële projecten hebben nu te weinig investeringskapitaal. Het wegnemen van fiscale en juridische barrières is nodig om meer privaat geld aan te trekken.

Motie van het lid Nanninga over parallel aan de uitwerking van de nationale investeringsinstelling een plan voor de verbetering van de kapitaalmarkt naar de Kamer sturen

De kamer, constaterende dat Nederlandse scale-ups, innovatieve ondernemingen en grote industriële projecten problemen ervaren bij het aantrekken van voldoende investeringskapitaal; overwegende dat een nationale investeringsinstelling gaten in de financiering kan helpen overbruggen, maar geen vervanging mag worden voor een goed functionerende private kapitaalmarkt; overwegende dat structureel meer investeringen alleen mogelijk worden wanneer ook nationale en Europese fiscale, juridische en grensoverschrijdende belemmeringen voor privaat kapitaal worden weggenomen; verzoekt de regering om parallel aan de uitwerking van de nationale investeringsinstelling een plan voor de verbetering van de kapitaalmarkt aan de Kamer te sturen.
3 september | JA21 | Aangenomen: 125–25 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil investeringen voor circulaire processen en minder rendabele sectoren fiscaal aantrekkelijker maken [1]. Daarnaast richt de partij zich op het ondersteunen van groene innovaties en toekomstbestendig midden- en kleinbedrijf [2].

Argumenten tegen: De partij wil publieke voorzieningen niet langer aan de markt overlaten maar in handen van de samenleving brengen [3].

Bronnen:

  1. "Geduldig kapitaal, bedoeld voor langetermijninvesteringen in minder rendabele sectoren, maken we fiscaal aantrekkelijker. Financieringen en investeringen voor circulaire processen en bedrijven wordt makkelijker. We gebruiken hiervoor als leidraad het rapport 'Geld genoeg - maar niet voor circulaire bedrijven'."
  2. "We gaan ons meer richten op het ondersteunen van het toekomstbestendige midden- en kleinbedrijf, groene innovaties en lokale initiatieven. We stoppen met het subsidiëren van de grootste vervuilers. De vervuiler gaat betalen en de opbrengsten gebruiken we voor toekomstbestendige ondernemingen en groene innovatie."
  3. "We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."