De regering moet internationaalrechtelijk spoedadvies vragen over de evacuatie van Israëlische settlers. Het huidige beleid volgt niet het advies van het Internationaal Gerechtshof (IGH) en een VN-resolutie. Dit kan leiden tot ongewenste juridische precedenten bij toekomstige sancties.
Motie van het lid Ceder c.s. over vóór inwerkingtreding van het tijdelijk sanctiebesluit nader internationaalrechtelijk spoedadvies aanvragen
De kamer,
overwegende dat het kabinet stelt dat er geen directe internationaalrechtelijke verplichting bestaat om eraan bij te dragen dat Israël alle meer dan
700.000 Israëlische settlers uit de Oude Stad van Jeruzalem en de
Westbank evacueert en dat de invulling van de evacuatie pas na en uit
overleg tussen Israël en de PA zou moeten voortvloeien;
constaterende dat dit kabinetsstandpunt niet uit de tekst van het
IGH-advies 2024 noch uit de tekst van VN-resolutie ES-10/24 voortvloeit,
die in volledige zin mede de grondslag vormen voor het sanctiebesluit;
overwegende dat het kabinet niet kan uitsluiten dat de juridische
grondslag in het sanctiebesluit een toekomstig precedent schept waarbij
externe partijen elk kabinet kunnen houden aan sanctiemaatregelen tot
volledige en directe naleving van het IGH-advies uit 2024 en VN-resolutie
ES-10/24, inclusief directe evacuatie;
verzoekt de regering vóór inwerkingtreding nader internationaalrechtelijk
spoedadvies aan te vragen over de vraag of het kabinet bij het onderschrijven van het IGH-advies van 2024 en punt 2 van VN-resolutie
ES-10/24, namelijk dat Israël alle Israëlische settlers dient te evacueren,
beleidsruimte behoudt om de uitwerking van de evacuatie van settlers
over te laten aan mogelijke toekomstige gesprekken tussen Israël en de
Palestijnse Autoriteit;
verzoekt de regering zich vóór inwerkingtreding van het sanctiebesluit
ervan te vergewissen dat er geen precedentwerking kan ontstaan waarbij
een eventuele afschaling of afschaffing van sancties door externe partijen
kan worden aangevochten op grond van dezelfde juridische grondslag als
waarop het kabinet het besluit baseert.