De regering moet in Europa pleiten voor extra nationale eisen voor cyberveiligheid. De Europese Commissie laat lidstaten nu niet toe om zelf strengere regels te stellen onder de NIS2-richtlijn (de Europese regels voor digitale veiligheid).
Motie van de leden Abdi en Kathmann over een nationale bevoegdheid om aanvullende eisen te stellen aan de zorgplicht van de NIS2-richtlijn
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie nu geen ruimte laat aan
EU-lidstaten om zelf extra eisen te stellen aan de maatregelen die
entiteiten nemen om te voldoen aan hun zorgplicht voor cyberveiligheid;
verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een
nationale bevoegdheid om aanvullende eisen te stellen aan de zorgplicht
onder artikel 21 van de NIS2-richtlijn, en de Kamer blijvend te informeren
over deze inzet.
Argumenten voor: De partij hanteert subsidiariteit als uitgangspunt, waarbij besluitvorming op het laagst mogelijke niveau moet plaatsvinden [1]. Zij vinden dat er ruimte moet blijven voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten [1]. Bovendien is de bescherming van vitale infrastructuur en cyberveiligheid een prioriteit [2][3].
Argumenten tegen: Het programma spreekt over een stevige Europese zorgplicht voor digitale platforms .
Bronnen:
"Europese samenwerking begint met duidelijkheid over bevoegdheden. Het moet helder zijn waar lidstaten zelf verantwoordelijk voor zijn en waar de Europese Unie wel of niet over gaat. Voor de ChristenUnie is subsidiariteit het uitgangspunt: besluiten worden genomen op het laagst mogelijke niveau, zo dicht mogelijk bij mensen. Wij verzetten ons tegen Europese bemoeizucht op terreinen waar de EU geen mandaat heeft, zoals gezondheidszorg, medische ethiek, onderwijs of woningbouw. Zelfs wanneer Europese besluitvorming wenselijk of noodzakelijk is, blijft ruimte voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten en regio's essentieel. Bij wijzigingen in de EU-verdragen besluit de Tweede Kamer met tweederdemeerderheid."
"Nederland moet zich goed beschermen tegen spionage, diefstal van militaire technologie, ontwrichting door desinformatie en het hacken van wapensystemen en vitale infrastructuur (zoals een waterkering). Nederland is goed in cyberveiligheid en dat willen we zo houden. Extra geld voor defensie gebruiken we daarom ook voor het verbeteren van cyberveiligheid. De veiligheid op de Noordzee staat onder druk. Er komt een strategie om met bondgenoten de vitale onderdelen van de infrastructuur, zoals zeekabels, te beschermen. We werken daarbij nauw samen met bondgenoten aan de Oostzee die soortgelijke ervaringen hebben."
"De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."