Wetgeving tegen groepen die de orde verstoren

De regering moet nieuwe wetten onderzoeken om ordeverstoringen door groepen te voorkomen. De huidige regels werken niet goed als de personen in een groep vooraf onbekend zijn. Hierdoor moeten gemeenten nu vaak noodbevoegdheden gebruiken om de rust op drukke plekken zoals stranden te herstellen.

Motie van de leden Coenradie en Van der Plas over onderzoeken welke structurele openbareordebevoegdheden nodig zijn om ernstige groepsgewijze ordeverstoringen op drukbezochte locaties preventief tegen te gaan

De kamer, constaterende dat stranden, recreatiegebieden en andere drukbezochte locaties te maken kunnen krijgen met ernstige ordeverstoringen door grote en wisselende groepen jongeren; overwegende dat bestaande persoonsgerichte maatregelen onvoldoende uitkomst kunnen bieden wanneer vooraf niet vaststaat welke individuele personen de openbare orde zullen verstoren; overwegende dat gemeenten hierdoor bij ernstige en voorzienbare ordeverstoringen aangewezen kunnen zijn op tijdelijke noodbevoegdheden; verzoekt de regering in overleg met betrokken gemeenten te onderzoeken welke structurele openbareordebevoegdheden nodig zijn om ernstige groepsgewijze ordeverstoringen op drukbezochte locaties preventief tegen te gaan zonder telkens noodbevoegdheden in te zetten, en zo nodig met voorstellen tot wetswijziging te komen.
8 september | JA21, BBB | Aangenomen: 97–53 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij stelt dat preventie de beste bescherming is [2] en dat onveiligheid bij de bron moet worden aangepakt door preventie in te zetten waar dat kan [3]. Bovendien wil de partij dat gemeenten meer ruimte krijgen om preventie lokaal te regelen [1].

Argumenten tegen: De partij zet in op een brede aanpak van de diepere oorzaken van problemen in plaats van enkel symptoombestrijding [4].

Bronnen:

  1. "Gemeenten krijgen de ruimte én de middelen om preventie lokaal te regelen, met landelijke spelregels die kwaliteit, transparantie en samenwerking verbeteren."
  2. "Preventie is de beste bescherming. Jongeren moeten kansen zien in plaats van de verleiding van het snelle criminele geld. Daarom investeren we in wijkgerichte aanpakken waarin veiligheid, zorg, werk, onderwijs en wonen samenkomen."
  3. "Te veel mensen in Nederland zijn niet veilig. Kinderen die thuis geweld meemaken. Jongeren die worden geronseld door drugscriminelen. Vrouwen die op straat, online of thuis worden geïntimideerd en mishandeld. Oudere mensen die slachtoffer worden van online oplichting. Dat raakt ons allemaal. D66 pakt onveiligheid aan bij de bron: met preventie waar het kan, slim straffen waar het moet. Met agenten in de wijk en samenwerking tussen school, zorg en politie. En met duidelijke keuzes waarbij de veiligheid van mensen voorop staat. Want zonder veiligheid is er geen vrijheid."
  4. "De problemen in de jeugdzorg zijn ernstig en hardnekkig. Kinderen en jongeren krijgen te snel een stempel of een label. Daardoor groeit de vraag naar hulp. Er zijn te weinig professionals en er is te weinig geld om de wachtlijsten weg te werken. Ondertussen staan gezinnen onder steeds hogere druk door problemen rondom bestaanszekerheid, wonen en onderwijs. D66 kiest voor een andere koers: weg van de bestrijding van symptomen, naar een brede aanpak voor het hele, diepere probleem. Want niet het kind, maar het systeem moet veranderen. Daarom willen we niet alleen aandacht voor de problemen van het kind zelf, maar ook voor de omgeving van het kind, zoals de thuissituatie en de buurt. En we willen jeugdzorg die zo licht mogelijk is, en die alleen zwaar is als dat echt nodig is."