De regering moet het beleid voor nieuwe vergunningen voor aardgaswinning op land herzien. De huidige daling van de gasproductie in Nederland zorgt voor een te grote afhankelijkheid van het buitenland. Bovendien is binnenlandse gaswinning beter voor het milieu en houdt het werkgelegenheid in Nederland vast.
Motie van het lid Van den Berg over herziening van het beleid om geen nieuwe opsporingsvergunningen op land te verlenen
De kamer,
constaterende dat de binnenlandse aardgasproductie veel sneller daalt
dan de binnenlandse vraag naar aardgas, waardoor de afhankelijkheid
van andere landen toeneemt;
overwegende dat binnenlandse aardgasproductie bijdraagt aan het
behoud van werkgelegenheid, kennis en infrastructuur in Nederland;
overwegende dat binnenlands geproduceerd aardgas een veel lagere
ecologische voetafdruk kent dan geïmporteerd aardgas;
overwegende dat gaswinning uit de Nederlandse kleine velden ons
minder afhankelijk maakt van andere landen en daarmee bijdraagt aan
leveringszekerheid;
verzoekt de regering het beleid om geen nieuwe opsporingsvergunningen
op land te verlenen te herzien;
verzoekt de regering nieuwe aanvragen voor opsporingsvergunningen op
land te behandelen, en verlenging van bestaande opsporingsvergunningen binnen de gestelde termijnen te behandelen.
Argumenten voor: De partij streeft naar het behouden van essentiële productiecapaciteit en strategische autonomie binnen Nederland [4][2]. Zij wil voorkomen dat economische sectoren en kennis naar het buitenland verdwijnen [5][1] en zet zich in om regeldruk te verminderen en ruimte te geven aan ondernemers en de industrie [6][3].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om tegen het verlenen van nieuwe vergunningen of het stimuleren van binnenlandse productie te stemmen.
Bronnen:
"De Nederlandse industrie staat onder druk. Klimaatbeleid maakt productie duurder en complexer, terwijl internationale concurrenten met lagere standaarden wél ruimte krijgen. Hierdoor verdwijnen essentiële maakbedrijven naar lagelonenlanden of raken strategische ketens versnipperd. Dat maakt Nederland kwetsbaar."
"BBB vindt dat Nederland moet blijven maken en bouwen. De industrie is onmisbaar voor de voedselproductie, woningbouw, energietransitie, defensie, maritieme slagkracht en de regionale economie. Zonder sterke industrie géén strategische autonomie, geen fatsoenlijke werkgelegenheid en geen duurzame toekomst. We vinden het belangrijk om te investeren in sectoren met zowel civiele als militaire toepassingen om zowel de economische als defensieve slagkracht te versterken."
"De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."
"Strategische autonomie bewaken. Essentiële productiecapaciteit en kritieke kennis behouden we in Nederland of Europa."
"Bescherming strategische ketens tegen afvloeiing. De overheid moet actief voorkomen dat toeleveranciers in essentiële ketens (zoals chipproductie, defensie, scheepsbouw, agrofood en bouwmaterialen) verdwijnen naar het buitenland."
"BBB kiest voor een economie waarin ondernemerschap weer wordt gewaardeerd en waar de overheid helpt in plaats van hindert. Nederland moet weer dingen maken, bouwen en bedenken. Met lef, kennis en handelsgeest. BBB wil ruimte geven aan ondernemers, regels terugdringen, strategische sectoren versterken en investeren in innovatie en vakmanschap in de regio."