Herziening beleid aardgaswinning op land

De regering moet het beleid voor nieuwe vergunningen voor aardgaswinning op land herzien. De huidige daling van de gasproductie in Nederland zorgt voor een te grote afhankelijkheid van het buitenland. Bovendien is binnenlandse gaswinning beter voor het milieu en houdt het werkgelegenheid in Nederland vast.

Motie van het lid Van den Berg over herziening van het beleid om geen nieuwe opsporingsvergunningen op land te verlenen

De kamer, constaterende dat de binnenlandse aardgasproductie veel sneller daalt dan de binnenlandse vraag naar aardgas, waardoor de afhankelijkheid van andere landen toeneemt; overwegende dat binnenlandse aardgasproductie bijdraagt aan het behoud van werkgelegenheid, kennis en infrastructuur in Nederland; overwegende dat binnenlands geproduceerd aardgas een veel lagere ecologische voetafdruk kent dan geïmporteerd aardgas; overwegende dat gaswinning uit de Nederlandse kleine velden ons minder afhankelijk maakt van andere landen en daarmee bijdraagt aan leveringszekerheid; verzoekt de regering het beleid om geen nieuwe opsporingsvergunningen op land te verlenen te herzien; verzoekt de regering nieuwe aanvragen voor opsporingsvergunningen op land te behandelen, en verlenging van bestaande opsporingsvergunningen binnen de gestelde termijnen te behandelen.
9 september | JA21 | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: Het programma bevat geen argumenten om de motie te steunen.

Argumenten tegen: De partij wil dat er geen nieuwe vergunningen meer worden afgegeven voor olie- en gasboringen [1]. Daarnaast streeft de partij naar een afname van het gasverbruik in elektriciteitscentrales tot 2035 [3] en het uitfaseren van aardgas in wijken middels warmtenetten [2]. Verder wil de partij ruimte vrijmaken in Nederland door de focus te verschuiven van de oude industrie naar sectoren met groeiperspectief [4].

Bronnen:

  1. "Er worden geen nieuwe vergunningen meer afgegeven voor olie- en gasboringen en het openen van nieuwe kolenmijnen. Dit betekent ook dat er geen nieuwe boringen in de Noordzee en Waddenzee toegestaan worden."
  2. "We willen dat de Rijksoverheid regie neemt op de aanleg van warmtenetten. Gemeenten moeten bevoegd worden om te besluiten wanneer aardgas in de wijk wordt uitgefaseerd, met een planning voor het beoogde duurzame alternatief."
  3. "We zorgen dat het verbruik van aardgas in Nederlandse elektriciteitscentrales tussen nu en 2035 elk jaar afneemt. Dat doen we door met onze buurlanden daadkrachtig in te zetten op een daling van het energiegebruik en meer zonne-energie, windenergie en door opslag te regelen. Gasverbruik in huishoudens daalt doordat we vol inzetten op isolatie, slimme apparaten, duurzame warmtenetten en hybride warmtepompen. Aangezien gas in 2035 niet meer de prijs van elektriciteit op de markt bepaalt, is het risico veel lager dat toekomstige geopolitieke conflicten, zoals de oorlog in Oekraïne, gaan zorgen voor extreme elektriciteitsprijzen."
  4. "We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."